Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep over de vaststelling van kinderalimentatie voor de minderjarige [de minderjarige1]. De man en vrouw zijn de ouders, waarbij de vrouw het ouderlijk gezag uitoefent. De man heeft een schuldhulpverleningstraject doorlopen, wat van belang is voor de vaststelling van zijn draagkracht.
De man betwistte de hoogte en ingangsdatum van de alimentatie, terwijl de vrouw hogere bedragen en een eerdere ingangsdatum vorderde. Het hof oordeelt dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject analoog moet worden behandeld als een WSNP-traject, waarbij geen draagkracht bestaat zolang het traject loopt.
Het hof stelt de alimentatie vast op nihil van 7 juni 2021 tot 1 januari 2022, daarna op €256 per maand tot 1 maart 2022, vervolgens €167 per maand tot 27 juni 2022, en daarna weer nihil omdat het kind bij de grootmoeder gaat wonen. De vrouw hoeft niets terug te betalen, ondanks eerdere betalingen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld met terugwerkende kracht vanaf 7 juni 2021 met verschillende bedragen tot 27 juni 2022 en daarna nihil.