Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland waarin toestemming werd verleend om een minderjarige vanaf 1 mei 2023 bij haar vader te plaatsen. De moeder, als verzoekster in hoger beroep, betwist deze beslissing.
Sinds de oorspronkelijke machtiging tot uithuisplaatsing in 2021 verbleef het kind in een netwerkpleeggezin. Door toenemende zorgen over de situatie bij de pleegouders en de reactie van de moeder en pleegmoeder op de voorgenomen plaatsing bij de vader, heeft de GI spoedmachtiging gevraagd en gekregen om het kind in een neutraal pleeggezin te plaatsen.
Het hof oordeelt dat de situatie zodanig is veranderd dat de plaatsing bij de vader op korte termijn niet meer haalbaar is. Daarom wordt de machtiging tot plaatsing bij de vader vernietigd en het verzoek van de GI afgewezen. Het kind blijft voorlopig in het neutrale pleeggezin totdat nader onderzoek is gedaan naar de beste verblijfplaats. Een eventuele toekomstige plaatsing bij de vader zal opnieuw door de kinderrechter moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: Het hof vernietigt de machtiging tot plaatsing bij de vader en wijst het verzoek tot wijziging van verblijfplaats af.