De betrokkene werd bij inleidende beschikking beboet voor het rijden met 20 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op 17 november 2021. De snelheid was vastgesteld met een boordsnelheidsmeter in een dienstvoertuig, waarbij de ambtenaar geen correctie toepaste volgens de kalibratietabel.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de snelheid gecorrigeerd moest worden met de correctiewaarde uit de kalibratietabel, wat resulteert in een lagere werkelijke snelheid. Het hof stelde vast dat de afgelezen snelheid 73 km/u was, maar na correctie met 4 km/u en aftrek van de maximale fout van 3 km/u de werkelijke snelheid 66 km/u bedroeg.
Hierdoor was de overschrijding niet 20 km/u, maar 16 km/u. Het hof wijzigde de feitcode en het sanctiebedrag dienovereenkomstig. Tevens wees het hof de proceskosten toe aan de betrokkene, omdat het hoger beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard.
De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.284,75. Het arrest werd gewezen door mr. De Witt en uitgesproken op een openbare zitting.