ECLI:NL:GHARL:2023:5326

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 juni 2023
Publicatiedatum
26 juni 2023
Zaaknummer
Wahv 200.319.268/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 2 WahvArt. 11 RVV 1990Art. 19 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor rechts inhalen ondanks beroep op overmacht door lane assist

De betrokkene werd beboet voor rechts inhalen op de Neherkade in ’s-Gravenhage op 2 juli 2021. Hij voerde aan dat zijn elektrische auto met een lane assist-systeem hem dwong uit te wijken naar rechts, waardoor hij onbedoeld rechts inhaalde. De kantonrechter wees het beroep af en het hof bevestigt deze beslissing.

Het hof overwoog dat het RVV 1990 bepaalt dat inhalen links moet gebeuren, maar dat ook het voorbijrijden zonder rijstrookwissel als inhalen kan gelden. De verklaring van de toezichthouder toonde aan dat de betrokkene twee voertuigen rechts heeft ingehaald. Het beroep op overmacht faalde omdat de betrokkene had kunnen remmen en geen acute noodsituatie aannemelijk maakte.

De hoogte van de sanctie werd niet gematigd omdat de wetgever de boete tariefmatig heeft vastgesteld en geen bijzondere omstandigheden waren die afwijking rechtvaardigen. De beslissing van de kantonrechter werd dan ook bevestigd.

Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van €250 voor rechts inhalen ondanks het beroep op overmacht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.319.268/01
CJIB-nummer
: 242417227
Uitspraak d.d.
: 26 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 26 oktober 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is binnen de daarvoor gestelde termijn geen gebruik gemaakt.
Op 2 maart 2023 is nog een brief van de betrokkene ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “rechts inhalen waar dat verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 juli 2021 om 22:03 uur op de Neherkade in ʼs-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat wat er is gebeurd niet valt onder het “niet links inhalen”. De auto waarin hij reed was een elektrische auto met ingebouwde ‘lane assist’, die de auto ‘dwingt’ van baan te veranderen als de auto een voorliggende auto te dicht nadert. De betrokkene reed op de linkerbaan en naderde een verkeerslicht dat op rood stond. Voor hem op de linkerbaan stond een auto stil. Het verkeerslicht sprong op groen en de betrokkene was in de veronderstelling dat de auto voor hem zou optrekken. De auto bleef echter stilstaan. Omdat hij de auto al dicht naderde, dwong de ‘lane assist’ hem naar rechts te gaan. Het leek de betrokkene verstandiger om naar rechts uit te wijken in plaats van te gaan remmen. Nadat hij was uitgeweken naar rechts, passeerde hij via de middelste baan de inmiddels zeer langzaam optrekkende auto links van hem. Vervolgens is hij op deze middelste rijbaan doorgereden met een snelheid van 50 km/u. Achteraf bezien was het misschien een inschattingsfout om uit te wijken in plaats van te remmen, maar dit leverde geen gevaarlijke situatie op. De betrokkene wijst er voorts op dat als hij al in de rechterbaan had stilgestaan of gereden, hij de auto hoogstwaarschijnlijk ook (onbedoeld) rechts had ingehaald. De betrokkene vindt de hoogte van de boete voor deze gedraging niet passend.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens:
Rijstrook waarop betrokkene aanvankelijk reed: rechter.
Rijstrook waarop betrokkene inhaalde: rechter.
Snelheid waarmee betrokkene inhaalde: 50 km per uur.
Aantal ingehaalde voertuigen: 2.”
5. Artikel 11, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) bepaalt dat inhalen links geschiedt. Het RVV 1990 bevat geen definitie van het begrip ‘inhalen’. Ook het voorbijrijden van voertuigen zonder dat er van rijstrook wordt gewisseld moet als inhalen worden aangemerkt. Zelfs het voorbijrijden van voertuigen die stilstaan, maar wel aan het verkeer deelnemen kan als inhalen worden beschouwd (vgl. het arrest van 8 januari 2018, met vindplaats op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2018:174).
6. Het hof is van oordeel dat op grond van de verklaring van de ambtenaar kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Voor zover het verweer van de betrokkene inhoudt dat hij rechts heeft ingehaald waar dat is toegestaan, nu het ene voertuig op de linkerbaan bij een verkeerslicht langzamer optrok, wordt dit verweer weerlegd door de verklaring van de ambtenaar waaruit blijkt dat de betrokkene twee auto’s rechts heeft ingehaald.
7. Gelet op hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd dient het hof vervolgens te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
8. Voor zover de betrokkene meent dat sprake is van overmacht omdat de auto voor hem langzamer optrok en het ‘lane assist-systeem’ hem dwong uit te wijken naar een andere rijstrook, overweegt het hof als volgt. Een geslaagd beroep op overmacht kan leiden tot het oordeel dat de gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege zou moeten blijven. Aan een dergelijk beroep dient ten minste de eis te worden gesteld dat feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan.
9. Uit het bepaalde in artikel 19 van Pro het RVV 1990 vloeit voort dat de betrokkene, bij het naderen van een kruising en/of een verkeerslicht voor meerdere rijrichtingen, zijn snelheid en afstand tot zijn voorganger zodanig moet aanpassen dat hij tijdig op het gedrag van andere, voor hem rijdende, verkeersdeelnemers kan reageren. Kennelijk heeft hij dat niet gedaan. Niet is aannemelijk gemaakt dat sprake was van een acute noodsituatie als gevolg waarvan de betrokkene niet anders kon dan uitwijken en vervolgens de hem verweten gedraging verrichten. Uit de verklaring van de betrokkene zelf blijkt ook dat hij had kunnen remmen en dat hij misschien een inschattingsfout heeft gemaakt. Dat de betrokkene hier niet voor gekozen heeft, is een omstandigheid waarvan de gevolgen voor zijn rekening dienen te blijven. Het beroep op overmacht wordt dan ook verworpen.
10. Met betrekking tot de hoogte van de sanctie overweegt het hof dat op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv de hoogte van de sanctie voor elke gedraging is vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
11. Naar het oordeel van het hof is er in het onderhavige geval geen sprake van bijzondere omstandigheden als vorenbedoeld. De omstandigheid dat de betrokkene niet doelbewust de gedraging heeft begaan en de verkeersveiligheid niet in gevaar zou hebben gebracht, zijn geen omstandigheden die aanleiding geven af te wijken van de vastgestelde tarieven. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van opzet of gevaarzetting. Om die reden kan niet worden gezegd dat de omstandigheden dusdanig zijn dat de sanctie dient te worden gematigd of in zijn geheel achterwege dient te blijven.
12. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.