ECLI:NL:GHARL:2023:5337

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 juni 2023
Publicatiedatum
26 juni 2023
Zaaknummer
Wahv 200.318.730/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 AwbArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering administratieve sanctie wegens schending hoorplicht bij lichtdoorlatendheid voorruit

De betrokkene kreeg een sanctie van €250 opgelegd wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid van de voorruit en voorste zijruiten van zijn voertuig op 27 juli 2021. De meting was verricht met een meetmiddel van het merk Tintman, dat per 21 juli 2022 is opgenomen in de Regeling meetmiddelen politie. De betrokkene stelde dat het meetmiddel niet was goedgekeurd, maar het hof stelde vast dat het meetmiddel wel degelijk gekalibreerd en goedgekeurd was, ondersteund door een NMi-verklaring.

De betrokkene voerde aan dat de sanctie met 25% moest worden verminderd vanwege schending van de hoorplicht door de officier van justitie tijdens de administratieve beroepsprocedure, omdat hij zonder professioneel gemachtigde in persoon had geprocedeerd en niet in de gelegenheid was gesteld om te worden gehoord. Het hof oordeelde dat de officier van justitie de hoorplicht ten onrechte had geschonden, waardoor de sanctie verminderd moest worden.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep tegen de officier van justitie gegrond, en stelde de sanctie vast op €187,50. Tevens werd de betrokkene het teveel aan zekerheidstelling teruggegeven en werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €1.255,50.

Uitkomst: De sanctie wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid wordt verminderd tot €187,50 vanwege schending van de hoorplicht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.318.730/01
CJIB-nummer
: 243336050
Uitspraak d.d.
: 26 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 oktober 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “de lichtdoorlatendheid van vooruit/ voorste zijruit(en) bedraagt minder dan 55%”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 juli 2021 om 20:41 uur op de Nieuwe Leeuwarderweg in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de meting is verricht met een meetmiddel van het merk Tintman. Dit merk is niet opgenomen in de Regeling meetmiddelen politie. Niet is vermeld waaruit blijkt dat het meetmiddel is goedgekeurd en – indien dat het geval is – door welke instantie.
3. Het dossier bevat een aanvullende verklaring van de ambtenaar waarin onder meer wordt verklaard, zakelijk weergegeven:
De stelling van de gemachtigde is onjuist. In de Regeling meetmiddelen politie verwijs ik u naar artikel 1 D. In het concept regeling meetmiddelen politie van 2021 is dit besloten en daar is dit terug te vinden. Per 21 juli 2022 is de Tintman opgenomen in de Regeling meetmiddelen politie. Voor de meting is het apparaat gekalibreerd.
4. Bij voormelde verklaring heeft de ambtenaar een NMi-verklaring gevoegd van het gebruikte meetmiddel.
5. Gelet op de aanvullende informatie van de ambtenaar en de bijgevoegde NMi-verklaring stelt het hof vast dat de meting op juiste wijze is verricht met een goedgekeurd meetmiddel.
6. De gemachtigde voert verder onder verwijzing naar het arrest van het hof van 22 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9934, aan dat het bedrag van de sanctie met 25 procent moet worden gematigd omdat de betrokkene in administratief beroep in persoon heeft geprocedeerd en de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. De kantonrechter heeft dit miskend.
7. De gemachtigde heeft in de administratieve beroepsfase zonder (professioneel) gemachtigde geprocedeerd en in die fase niet verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, terwijl hem ook geen termijn is gesteld om te verklaren of hij gebruik wil maken van het recht om te worden gehoord. Ook is geen sprake van een van de andere uitzonderingen op de hoorplicht als bedoeld in artikel 7:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, zodat de officier van justitie de betrokkene ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord. De betrokkene is door die schending komen te verkeren in zodanige omstandigheden dat het bedrag van de administratieve sanctie moet worden gematigd met 25 procent. Het hof zal dan ook beslissen als hierna te melden.
8. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het hof en het bijwonen van de zitting van de kantonrechter dienen in totaal 3 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.255,50 (= 3 x € 837,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
wijzigt de inleidende beschikking aldus dat het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld op € 187,50;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv te veel tot zekerheid is gesteld aan de betrokkene wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.255,50.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.