ECLI:NL:GHARL:2023:5347

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 juni 2023
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
Wahv 200.315.624/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WahvArt. 14 WahvArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden tegen verplichte rijrichting ondanks bijzondere omstandigheden

De betrokkene reed op 20 september 2021 tegen de verplichte rijrichting in op een rotonde in Heerlen, waarvoor een sanctie van €100,- werd opgelegd. Hij stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter, maar dit was te laat ingediend. Het hof oordeelde dat de overschrijding van de beroepstermijn hem niet kon worden toegerekend vanwege ernstige gezondheidsklachten en een operatie.

De betrokkene voerde aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder een verkeersongeval en een stilstaand politievoertuig dat de doorgang belemmerde, het rijden tegen de rijrichting rechtvaardigden. Het hof stelde echter vast dat de rotonde tot aan het politievoertuig vrij toegankelijk was en dat de betrokkene een alternatieve route had kunnen nemen zonder de verkeersregels te overtreden.

Daarom oordeelde het hof dat de sanctie terecht was opgelegd en bevestigde het de beslissing van de kantonrechter. Het hoger beroep werd ontvankelijk verklaard, maar inhoudelijk ongegrond. De sanctie bleef ongewijzigd.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie van €100,- voor het rijden tegen de verplichte rijrichting en verklaart het hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.315.624/01
CJIB-nummer
: 244351352
Uitspraak d.d.
: 27 juni 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 juli 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft geen verweerschrift in gediend.

De beoordeling

Ontvankelijkheid van het hoger beroep
1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
2. De beslissing van de kantonrechter is op 21 juli 2022 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 1 september 2022. Het beroepschrift is gedateerd 5 september 2022. Uit een stempel blijkt dat het op 6 september 2022 door de rechtbank is ontvangen. Het hoger beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.
3. De betrokkene brengt naar voren dat hij kampte met ernstige gezondheidsklachten. Bij de betrokkene is in 2021 een dubbele rughernia geconstateerd. Aanvankelijk leek operatief ingrijpen niet noodzakelijk. In mei 2022 verergerden de klachten van de betrokkene en stelde hij zich onder behandeling in het ziekenhuis. Uit de MRI bleek dat de betrokkene een operatie moest ondergaan. Deze vond op 22 september 2022 plaats en heeft de klachten vrijwel volledig verholpen. Juist in de periode voor de operatie slikte de betrokkene Oxycodon, waardoor zijn focus werd vertroebeld. De betrokkene is weduwnaar en hij vraagt niet gemakkelijk om hulp. De betrokkene maskeerde dat het niet goed met hem ging, waardoor zaken bleven liggen. Op enig moment werd het ontwijkende gedrag van de betrokkene opgemerkt door zijn zoon, die de lopende zaken ging behartigen. Helaas bleek dat in het geval van deze procedure net te laat, waardoor de hoger beroepstermijn is overschreden. De betrokkene vraagt om het alsnog in behandeling nemen van zijn beroep.
4. Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt – kort gezegd – dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
5. Het hof ziet in dit geval in de persoonlijke omstandigheden die de betrokkene naar voren heeft gebracht aanleiding te oordelen dat het (enkele dagen) te laat instellen van hoger beroep hem niet kan worden toegerekend. Het hoger beroep is daarom ontvankelijk.
De bezwaren tegen de opgelegde sanctie
6. Aan de betrokkene, als kentekenhouder, is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “tegen de rijrichting inrijden op een rotonde (bord D1, verplichte rijrichting)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 september 2021 om 13:28 uur op de Akerstraat in Heerlen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
7. De betrokkene erkent dat hij tegen de richting in over de rotonde is gereden. Hij stelt echter dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die maken dat een sanctie achterwege moet blijven. Er had een verkeersongeval plaatsgevonden en de doorgang op de rotonde werd door een stilstaand politievoertuig belemmerd. Het slachtoffer was al afgevoerd en de politieagent leunde ontspannen tegen de politieauto. De betrokkene had oogcontact met de agent en verwachtte dat deze hem aanwijzingen zou geven. Toen de agent de betrokkene negeerde, besloot de betrokkene om de rotonde tegen de rijrichting in te nemen om de route naar zijn bestemming te vervolgen. Daarmee overtrad hij weliswaar een verkeersregel, maar waren de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer in zijn ogen het meest gediend.
8. In het zaakoverzicht staat de volgende verklaring van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd:
“In verband met een aanrijding letsel was de rotonde Akerstraat met de Burgemeester Waszinkstraat te Heerlen deels afgezet in verband met het onderzoek. De afzetting bestond uit ons opvallend dienstvoertuig voorzien van het blauwe zwaailicht. De verplichte rijrichting kon gevolgd worden tot aan de afzetting. Betrokkene koos er echter voor om niet de verplichte rijrichting te volgen.”
9. Dat de gedraging is verricht, staat vast. Muldergedragingen worden op tariefmatige wijze afgedaan. De hoogte van de sanctie voor elke gedraging is vastgesteld in de bij de Wahv behorende bijlage. Of sprake is van opzet, gevaar of hinder is in de regel niet relevant. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding zijn om een sanctie achterwege te laten of het bedrag ervan te verlagen.
10. Naar het oordeel van het hof is er in dit geval geen sprake van dergelijke bijzondere omstandigheden. Het stond de betrokkene niet vrij om naar eigen inzicht te handelen in strijd met de verkeersregels, ook niet wanneer dit hem op dat moment in het belang van de verkeersveiligheid en de doorstroming de juiste keuze leek. Dat was mogelijk anders geweest, wanneer er voor de betrokkene geen alternatief voorhanden was. Dat was er in dit geval wel. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt immers dat de rotonde tot aan het politievoertuig vrij toegankelijk was. De betrokkene had dus de rotonde in de juiste richting kunnen oprijden, om deze vervolgens bij één van de afritten vóór het politievoertuig weer te verlaten. Dat de betrokkene daardoor een omweg had moeten nemen om zijn bestemming te bereiken, had hij op de koop toe kunnen en moeten nemen.
11. De sanctie is terecht opgelegd en er is geen reden voor matiging van het sanctiebedrag. De kantonrechter heeft het beroep dan ook terecht ongegrond verklaard. Het hof zal diens beslissing daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.