Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man verzocht bij de rechtbank om de kinderalimentatie met terugwerkende kracht op nihil te stellen, stellende dat de oorspronkelijke vaststelling op onjuiste en onvolledige gegevens was gebaseerd. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man hoger beroep instelde. Het hof heeft de grieven van de man onderzocht en geoordeeld dat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat de oorspronkelijke beschikking onjuist was vastgesteld.
De man kon niet aantonen dat zijn verdiencapaciteit lager was dan de destijds aangenomen €4.800 netto per maand, mede omdat hij geen relevante financiële stukken overlegde. Ook de stelling dat de behoefte van het kind lager zou zijn, werd niet aannemelijk gemaakt. Het hof oordeelde dat de gewijzigde omstandigheden niet met terugwerkende kracht konden worden toegepast en dat de ingangsdatum van een eventuele wijziging op 26 november 2019 moest worden gesteld.
De vrouw werd in het incidenteel hoger beroep in het gelijk gesteld en de man werd veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek van de man af. De man werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de vrouw.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot nihilstelling van de kinderalimentatie met terugwerkende kracht en veroordeelt de man in de proceskosten.