Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde3],
[geïntimeerden],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, broers en zussen, zijn betrokken bij een geschil over de toepassing van een meerwaardeclausule in een notariële akte van verdeling uit 2007. Deze clausule verplicht de verkrijger om bij verkoop binnen twintig jaar de meerwaarde te delen met mede-eigenaren. [Appellant] verkocht in 2020 een perceel landbouwgrond en werd door [geïntimeerden] aangesproken op betaling van meerwaarde.
De rechtbank had eerder toegewezen dat [appellant] moest betalen, en het hof bevestigt dit vonnis. Het hof oordeelt dat er geen sprake was van een gedwongen overdracht, ondanks executoriaal beslag, omdat er geen acute situatie was en er overleg was over betalingsmogelijkheden. [Appellant] slaagde er niet in voldoende inzicht te geven in zijn financiële situatie om het beroep op redelijkheid en billijkheid te onderbouwen.
Het hof benadrukt dat de meerwaardeclausule geldt ongeacht de bestemming van de meerwaarde en dat het ontbreken van een gedwongen overdracht betekent dat de clausule moet worden toegepast. Het hoger beroep wordt afgewezen en [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de meerwaardeclausule wordt toegepast zonder uitzondering wegens gedwongen overdracht.