Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van een door de rechtbank Noord-Nederland gewijzigde omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind, waarbij de moeder verzoekster is en de vader verweerder. De rechtbank had de omgangsregeling vastgesteld met een begeleide omgang viermaal per twee weken en had de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De moeder stelde in hoger beroep een schorsingsverzoek in tegen de uitvoerbaarheid van deze beschikking. Het hof heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria uit artikel 360 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de jurisprudentie van de Hoge Raad. Hierbij geldt dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard in principe niet wordt geschorst, tenzij sprake is van een kennelijke misslag of nieuwe feiten en omstandigheden die bij de eerdere beslissing niet konden worden betrokken.
De moeder heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een kennelijke misslag of nieuwe relevante omstandigheden aantonen. Haar medische situatie is onvoldoende onderbouwd om schorsing te rechtvaardigen. Het hof benadrukt dat de moeder zich niet kan vinden in de beslissing, maar dat hierover in de bodemprocedure zal worden beslist.
Daarom wijst het hof het schorsingsverzoek af en bevestigt de uitvoerbaarheid van de omgangsregeling zoals vastgesteld door de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het schorsingsverzoek van de moeder af en bevestigt de uitvoerbaarheid bij voorraad van de omgangsregeling.