ECLI:NL:GHARL:2023:5552

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 juli 2023
Publicatiedatum
3 juli 2023
Zaaknummer
Wahv 200.300.414/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
  • Van Schuijlenburg
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArtikel 11 WahvArtikel 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens ontbreken waarschuwingsbrief aan buitenlandse kentekenhouder

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een sanctiebeschikking opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring op de Griftdijk in Nijmegen. De betrokkene werd gesanctioneerd voor een overtreding op 2 maart 2020, terwijl eerder op 22 januari 2020 een gedraging was geregistreerd die als waarschuwing had moeten worden gevolgd.

Uit de stukken en verklaringen blijkt dat de gemeente Nijmegen binnen het Beleidskader digitale handhaving een beleid hanteert waarbij eerst een waarschuwingsbrief wordt gestuurd aan de kentekenhouder alvorens sancties worden opgelegd. Echter, de ambtenaar verklaarde dat het niet mogelijk is om waarschuwingsbrieven naar buitenlandse kentekenhouders te sturen, waardoor de betrokkene geen waarschuwingsbrief heeft ontvangen.

Het hof oordeelt dat hierdoor niet is voldaan aan de beleidsregels die de gemeente zichzelf heeft gesteld en die het Beleidskader voorschrijft. Dit leidt tot de vernietiging van de sanctiebeschikking. Daarnaast veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene.

De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer omdat het ontbreken van de waarschuwingsbrief reeds tot vernietiging leidt.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens het ontbreken van een waarschuwingsbrief aan de buitenlandse kentekenhouder.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.300.414/01
CJIB-nummer
: 232287624
Uitspraak d.d.
: 3 juli 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 3 augustus 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 29 maart 2023 wordt hier als ingelast beschouwd.

Het verdere procesverloop

De advocaat-generaal heeft de verzochte aanvullende informatie ingebracht.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen hierop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Uit de eerder in deze zaak door de advocaat-generaal ingebrachte informatie is gebleken dat de verdere uitvoering van het versturen van een waarschuwingsbrief in de eerste periode, zoals in het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden 2018 (verder: Beleidskader) is voorgeschreven, ter zake van het handelen in strijd met een geslotenverklaring, aan gemeenten zelf wordt gelaten en dat gemeenten vrij zijn om voor een langere waarschuwingsperiode te kiezen dan de door het parket CVOM geadviseerde minimale periode van een maand. Het hof heeft naar aanleiding hiervan bij tussenarrest van 29 maart 2023 aanvullende informatie opgevraagd over de wijze waarop de gemeente Nijmegen invulling geeft aan voornoemd vereiste van het Beleidskader. Door de advocaat-generaal is op 13 april 2023 een e-mailwisseling met een medewerker van de gemeente Nijmegen overgelegd, waarin antwoord wordt gegeven op de door het hof gestelde vragen.
2. De onderstaande vragen zijn als volgt beantwoord:
- Hanteert de gemeente een bepaalde termijn voor de waarschuwingsperiode en zo ja welke termijn?
“Vooropgesteld: elke
eersteovertreder (kentekenhouder) krijgt een schriftelijke waarschuwing per post. Vervolgens start er een waarschuwingsperiode (Cooldown) van twee weken waarbinnen het voertuig bij herhaaldelijke of eenmalige overtreding geen bon of waarschuwing meer krijgt. Na die twee weken krijgt de overtreder bij een nieuwe overtreding direct een bon en vervolgens per overtreding.”
- Hanteert de gemeente het beleid dat hiervoor niet een bepaalde periode wordt aangehouden maar dat ten aanzien van ieder voertuig dat voor de eerste keer de geslotenverklaring negeert aan de kentekenhouder van het voertuig een waarschuwing wordt verstuurd, ook als de geslotenverklaring al langer bestaat?
“Ja correct. Elke nieuwe overtreder krijgt eerst een waarschuwing.”
- Op welke wijze wordt vormgegeven aan de verzending van de waarschuwingsbrieven?
“Vanuit het handhavingssysteem Brickyard gaat er een export met waarschuwingen (eerste overtreders) naar het bedrijf [naam1] die voor ons uitvoering geeft aan het daadwerkelijk verzenden van de waarschuwingsbrieven. Met deze partij zijn alle daartoe relevante overeenkomsten gesloten.
Verder goed om te weten: de geslotenverklaring Griftdijk is enkel werkzaam tijdens spitstijden op werkdagen. Kortom daar is ons beleid en de cooldown periode van twee weken op gebaseerd.”
3. Het hof stelt - voor zover hier relevant - het volgende vast:
- uit het Beleidskader volgt dat, om in de beginperiode een opeenstapeling van het aantal beschikkingen per kenteken te voorkomen, gestart wordt met communicatie naar omwonenden en overtreders en vervolgens gefaseerd wordt gestart met handhaving. In de eerste periode wordt volstaan met een waarschuwingsbrief die door de gemeente aan betrokkenen wordt verzonden en vervolgens wordt per week maximaal één beschikking per kenteken geregistreerd. In ieder geval moet de eerste beschikking aan een betrokkene zijn verzonden voordat de volgende wordt opgelegd;
- vanuit het parket CVOM wordt richting gemeenten gecommuniceerd dat de waarschuwingsperiode (beginperiode) minimaal een maand moet duren, de waarschuwingsperiode mag langer zijn indien gemeenten dit zelf willen;
- de gemeente Nijmegen hanteert het beleid dat -naar het hof begrijpt- elke kentekenhouder van een voertuig dat voor de eerste keer de geslotenverklaring negeert, eerst een waarschuwing ontvangt alvorens een sanctie wordt opgelegd en dat na de waarschuwing nog een cooldown periode van twee weken wordt gehanteerd;
- aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd voor het handelen in strijd met de geslotenverklaring op de Griftdijk in Nijmegen op 2 maart 2020 om 08:54 uur met het voertuig met het buitenlandse kenteken [kenteken] ;
- de ambtenaar heeft geconstateerd dat het voertuig met dit kenteken al eerder op deze locatie is geregistreerd ter zake van dezelfde gedraging, te weten op 22 januari 2020 om 08:45, en deze aankondiging van beschikking staat als een waarschuwing geregistreerd;
- de ambtenaar heeft verklaard dat het niet mogelijk is om buitenlandse kentekens een waarschuwingsbrief te sturen.
4. Uit het vorenstaande volgt dat de gemeente Nijmegen de haar binnen het Beleidskader gegeven ruimte zo invult dat de eerste periode, waarin wordt volstaan met een waarschuwingsbrief, eerst eindigt nadat de kentekenhouder een waarschuwingsbrief in verband met een eerder na aanvang van deze periode met zijn voertuig verrichte gedraging is toegezonden. Deze invulling strekt ertoe te voorkomen dat aan een betrokkene een sanctie wordt opgelegd, zonder te zijn gewaarschuwd om zijn gedrag aan te passen.
5. In deze zaak moet het ervoor worden gehouden dat ter zake van een eerdere gedraging geen waarschuwingsbrief aan de betrokkene is toegezonden. De ambtenaar heeft verklaard dat het niet mogelijk is om aan buitenlandse kentekenhouders een waarschuwingsbrief te sturen. Gelet hierop is niet voldaan aan de door de gemeente gegeven invulling aan het Beleidskader. De inleidende beschikking kan niet in stand blijven. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en het tweemaal indienen van een nadere toelichting dienen in totaal vier punten te worden toegekend. De gemachtigde is verder twee keer telefonisch gehoord. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de eerste keer telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen, voor de tweede keer 0,25 punt. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 1.777,88 (= 1,75 x € 597,- x 0,5 + 3 x € 837,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.777,88.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, mr. Van Schuijlenburg en mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.