De beoordeling
1. Uit de eerder in deze zaak door de advocaat-generaal ingebrachte informatie is gebleken dat de verdere uitvoering van het versturen van een waarschuwingsbrief in de eerste periode, zoals in het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden 2018 (verder: Beleidskader) is voorgeschreven, ter zake van het handelen in strijd met een geslotenverklaring, aan gemeenten zelf wordt gelaten en dat gemeenten vrij zijn om voor een langere waarschuwingsperiode te kiezen dan de door het parket CVOM geadviseerde minimale periode van een maand. Het hof heeft naar aanleiding hiervan bij tussenarrest van 29 maart 2023 aanvullende informatie opgevraagd over de wijze waarop de gemeente Zwolle invulling geeft aan voornoemd vereiste van het Beleidskader. Door de advocaat-generaal is op 23 mei 2023 een e-mailwisseling met een medewerker van de gemeente Zwolle overgelegd, waarin antwoord wordt gegeven op de door het hof gestelde vragen.
2. De onderstaande vragen zijn als volgt beantwoord:
- Hanteert de gemeente een bepaalde termijn voor de waarschuwingsperiode en zo ja welke termijn?
- Hanteert de gemeente het beleid dat hiervoor niet een bepaalde periode wordt aangehouden maar dat ten aanzien van ieder voertuig dat voor de eerste keer de geslotenverklaring negeert aan de kentekenhouder van het voertuig een waarschuwing wordt verstuurd, ook als de geslotenverklaring al langer bestaat?
- Op welke wijze wordt vormgegeven aan de verzending van de waarschuwingsbrieven?
“De gemeente Zwolle hanteert geen bepaalde termijn voor de waarschuwingsperiode. Elk voertuig dat voor de eerste keer een geslotenverklaring passeert ontvangt een waarschuwing, ongeacht de periode dat de geslotenverklaring bestaat. De verzending van de waarschuwingsbrieven vindt per post plaats. In de meeste gevallen ontvangt de overtreder binnen een week de waarschuwingsbrief per post. De waarschuwingsbrieven worden automatisch gegenereerd in de handhavingsapplicatie. Vervolgens worden de brieven handmatig in één bestand (pdf) geëxporteerd vanuit onze handhavingsapplicatie. Dit bestand wordt geüpload in het systeem van de postafdeling waar de brieven worden uitgeprint, in enveloppen worden gedaan en worden verstuurd.”
3. In reactie hierop voert de gemachtigde aan dat uit de mailwisseling met de gemeente niet blijkt dat er aan de betrokkene een waarschuwing is verzonden en dat er geen verzendadministratie is overgelegd waaruit dit volgt. Daartoe wordt gewezen op een uitspraak van de Raad van State van25 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3254, r.o. 3.2). Nu de betrokkene betwist een waarschuwingsbrief te hebben ontvangen, is niet gehandeld conform het Beleidskader. 4. Het hof stelt - voor zover hier relevant - het volgende vast:
- uit het Beleidskader volgt dat, om in de beginperiode een opeenstapeling van het aantal beschikkingen per kenteken te voorkomen, gestart wordt met communicatie naar omwonenden en overtreders en vervolgens gefaseerd wordt gestart met handhaving. In de eerste periode wordt volstaan met een waarschuwingsbrief die door de gemeente aan betrokkenen wordt verzonden en vervolgens wordt per week maximaal één beschikking per kenteken geregistreerd. In ieder geval moet de eerste beschikking aan een betrokkene zijn verzonden voordat de volgende wordt opgelegd;
- vanuit het parket CVOM wordt richting gemeenten gecommuniceerd dat de waarschuwingsperiode (beginperiode) minimaal een maand moet duren, de waarschuwingsperiode mag langer zijn indien gemeenten dit zelf willen;
- de gemeente Zwolle hanteert geen bepaalde termijn voor de waarschuwingsperiode, maar het beleid houdt in dat -naar het hof begrijpt- de kentekenhouder van een voertuig dat voor de eerste keer de geslotenverklaring negeert, ongeacht de periode dat de geslotenverklaring bestaat, een waarschuwing ontvangt;
- aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd voor het handelen in strijd met de geslotenverklaring op de Kerkstraat in Zwolle op 28 september 2019 om 14:54 uur met het voertuig met het kenteken [kenteken] ;
- in het dossier bevindt zich een aankondiging van beschikking betreffende voornoemd kenteken en ter zake van dezelfde gedraging op deze locatie op 14 augustus 2019 om 14:31 uur, die als een waarschuwing staat geregistreerd.
5. Uit het vorenstaande volgt dat de gemeente Zwolle de haar binnen het Beleidskader gegeven ruimte zo invult dat de eerste periode, waarin wordt volstaan met een waarschuwingsbrief, eerst eindigt nadat de kentekenhouder een waarschuwingsbrief in verband met een eerder na aanvang van deze periode met zijn voertuig verrichte gedraging is toegezonden. Deze invulling strekt ertoe te voorkomen dat aan een betrokkene een sanctie wordt opgelegd, zonder te zijn gewaarschuwd om zijn gedrag aan te passen.
6. In deze zaak is komen vast te staan dat de eerste gedraging van de betrokkene ter plaatse als waarschuwing staat geregistreerd en dat voor de tweede en onderhavige gedraging een sanctie is opgelegd. Betwist wordt dat de betrokkene een waarschuwingsbrief heeft ontvangen voor de eerste gedraging. Hoewel de gemeente uitleg heeft gegeven over de wijze waarop waarschuwingsbrieven worden gegenereerd in de handhavingsapplicatie en vervolgens bij de postafdeling worden aangeboden waar wordt zorggedragen voor de verdere verwerking en verzending van de brieven, blijkt hieruit niet van een verzendadministratie op basis waarvan kan worden vastgesteld dat deze brieven daadwerkelijk worden verzonden. Aldus is in het licht van het ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie de aanwezigheid van de gegenereerde waarschuwingsbrief in het dossier onvoldoende om de verzending daarvan aannemelijk te maken.
7. Nu niet kan worden vastgesteld dat ter zake van de eerste gedraging een waarschuwingsbrief aan de betrokkene is verzonden, is het hof van oordeel dat niet is voldaan aan de door de gemeente gegeven invulling van het Beleidskader. Gelet hierop kan de inleidende beschikking niet in stand blijven. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het telefonisch horen van de gemachtigde ter zitting van de kantonrechter, het indienen van een hoger beroepschrift en het driemaal indienen van een nadere toelichting dienen in totaal vijf en een halve punt te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van in totaal
€ 2331,- (= 1,5 x € 597,- x 0,5 + 4,5 x € 837,- x 0,5).