ECLI:NL:GHARL:2023:5558

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 juli 2023
Publicatiedatum
3 juli 2023
Zaaknummer
Wahv 200.318.770/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.1 RvArt. 5.2.64 RvArt. 5.6.96 RVArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking verblindende verlichting voertuig wegens onvoldoende bewijs

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met een voertuig voorzien van niet-toegestane verblindende verlichting op 6 februari 2021. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep stelde de betrokkene dat het licht geen verblindende of knipperende verlichting betrof en dat het voertuig al anderhalf jaar met deze verlichting zonder opmerkingen door de APK-keuring was gekomen. De ambtenaar verklaarde dat het licht als zeer hinderlijk en verblindend kon worden ervaren, maar deze verklaring werd onvoldoende geacht om de overtreding vast te stellen.

Het hof oordeelde dat op basis van de foto’s en de verklaring niet kon worden vastgesteld dat het licht daadwerkelijk verblindend was. Daarom werd de sanctiebeschikking vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de proceskosten aan de betrokkene toegekend. Tevens werd de door de betrokkene gestelde zekerheid gerestitueerd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens verblindende verlichting wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.318.770/01
CJIB-nummer
: 239322101
Uitspraak d.d.
: 3 juli 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 3 oktober 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “Als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het is voorzien van niet toegestane verblindende/ knipperende verlichting” (feitcode N640). Deze gedraging zou zijn verricht op 6 februari 2021 om 20:52 uur op de Schiedamsedijk in Vlaardingen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert in hoger beroep opnieuw aan dat de betrokkene stelt dat geen sprake is van verblindende of knipperende verlichting. De betrokkene rijdt al anderhalf jaar met deze verlichting en is hiermee ook zonder opmerkingen door de APK-keuring gekomen.
3. De verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:
“Ik (…) zag betrokkene als bestuurder van een personenauto rijden terwijl aan de achterzijde van de personenauto op de bumper een fel rood licht scheen in de vorm van een vleugel. Dit licht kon als zeer hinderlijk en verblindend ervaren worden door medeweggebruikers.
Overtreden artikel:
5.2.64 en 5.6.96 RV (…)
Verklaring betrokkene: Het is een soort dagrijverlichting die aangesloten zit op de achterlichten.”
4. Door de ambtenaar is ook een foto bijgevoegd, waarop de achterkant van het voertuig met het betreffende licht in de vorm van een vleugel te zien is.
5. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid en onder c, in samenhang met artikel 5.2.64 van de Regeling voertuigen (Rv).
6. Artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, Rv houdt in, voor zover hier van belang:
“Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien het voertuig: (...)
c. niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen.”
7. Paragraaf 10 van bedoelde afdeling 2 handelt over de verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen van personenauto’s. Het in deze paragraaf opgenomen artikel 5.2.64 Rv houdt in dat personenauto’s, met uitzondering van grote lichten, niet voorzien mogen zijn van verblindende lichten.
8. Het hof is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat het betreffende aan het voertuig toegevoegde achterlicht verblindend is geweest. De verklaring van de ambtenaar, dat het licht als zeer hinderlijk en verblindend
kanworden ervaren is daartoe onvoldoende. Hierbij is in aanmerking genomen dat op de aanwezige foto’s in het dossier te zien is dat het licht op dezelfde wijze brandt als de reguliere achterverlichting. Aldus kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is begaan en zal het hof beslissen als hierna vermeld.
9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal 4 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 1.703,25 (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.703,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.