Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
“Op 22 juli 2020 om 17:06 uur reed ik op de Raadhuisweg te Reeuwijk. Dit is een voor het openbaar verkeer openstaande weg met aan een zijde een trottoir en aan de andere zijde een gravelpad. Dit pad is van de hoofdrijbaan afgescheiden door middel van een groenstrook. Ik zag dat aan het begin van het gravelpad een bord zichtbaar was geplaatst. Dit bord gaf aan dat het een voetpad betrof. Ik zag dat het bord een wit onderbord had waarop stond dat bromfietsers gebruik moeten maken van de rijbaan. Hierdoor was duidelijk aangegeven dat dit een weg betreft waar het niet op is toegestaan om met een bromfiets te rijden. (…) Op het genoemde tijdstip zag ik dat twee bromfietsen in plaats van de hoofdrijbaan het voetpad gingen gebruiken. (…) Doordat de bromfietsen mij passeerden kon ik het kenteken van de achterste bromfiets lezen. Ik zag dat dit het kenteken [kenteken] betrof.”