Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Midden-Nederland van 5 september 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
“Politievoertuigen welke worden aangeschaft voor verkeerstoezicht worden na aanschaf voorzien van extra apparatuur. (…) Een aantal van deze systemen kenden al sinds begin 2019 leveringsproblemen waardoor er veel vertraging ontstond bij de uitlevering van nieuwe dienstvoertuigen.
Nieuwe dienstvoertuigen werden in die periode wel door de politie aangekocht, afgenomen en op kenteken gesteld, waarna deze gestald werden bij de inbouwende firma (…) in afwachting van levering en inbouw van voornoemde systemen. (…) Alhoewel het betrokken dienstvoertuig al langere tijd geleden was aangevraagd, was de prioritering gemiddeld, waardoor het voertuig langere tijd in de wacht heeft gestaan voordat de apparatuur ingebouwd kon worden. (…) In de periode dat het voertuig in de wacht stond bij de inbouwer heeft het voertuig niet gereden en (…) het (…) is in die periode ook niet geijkt geweest omdat de noodzaak daartoe ontbrak. Pas nadat de apparatuur werd toegewezen aan dit voertuig en werd ingebouwd is het voertuig aangemeld voor ijking.
De eerste ijking zoals die op het moment van de onderhavige overtreding nog van kracht was heeft plaatsgevonden, zoals vermeld op de ijktabel, bij de inbouwer (Abiom) op 12 februari 2020. Het dienstvoertuig is vervolgens begin april 2020 beschikbaar gesteld aan de operationele dienst Landelijke Eenheid, Dienst Infra, Unit Noordwest, Groep Lelystad.”