Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
in de onbegrijpelijke stellingname van (de advocaat van) [appellante]” aanleiding gezien haar te veroordelen tot het betalen van de proceskosten van [geïntimeerde] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante, als erfgename en oomzegger van geïntimeerde, vorderde afgifte van diverse zaken uit de nalatenschap van haar oma. De rechtbank wees haar vordering af en veroordeelde haar tot betaling van de proceskosten van geïntimeerde.
Appellante stelde hoger beroep in, uitsluitend gericht tegen de proceskostenveroordeling. Geïntimeerde betwistte de ontvankelijkheid van appellante, stellende dat de vordering niet boven de appelgrens van €1.750,- uitkomt. Het hof oordeelde echter dat de waarde van de gevorderde gouden sieraden deze grens overschrijdt, waardoor appellante ontvankelijk is.
Het hof overwoog dat in familiezaken zoals deze, waarin appellante door plaatsvervulling optreedt, compensatie van proceskosten passend is. Ondanks onduidelijkheden in de stellingen van appellante en tekortkomingen van haar advocaat, rechtvaardigt dit niet een veroordeling in proceskosten.
Daarom vernietigde het hof het vonnis voor zover het de proceskosten betreft en bepaalde dat elke partij haar eigen kosten draagt, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Het overige vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de proceskostenveroordeling en compenseert de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.