ECLI:NL:GHARL:2023:5700

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 juli 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
Wahv 200.311.043/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging digitale handhaving in voetgangersgebied volgens beleidskader

In hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter Amsterdam over digitale handhaving in een voetgangersgebied heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat het betreffende gebied voldoet aan de voorwaarden uit het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden 2018.

De advocaat-generaal leverde zwart-witfoto’s en Google Street View-afbeeldingen aan die de situatie ter plaatse duidelijk maken. De wegindeling toont een voetgangersgebied met een duidelijk gescheiden rijloper voor fietsers, afgebakend met trottoirbanden en witte klinkers, zonder de indruk van een rijbaan voor motorvoertuigen.

Het hof concludeert dat de ambtenaar bevoegd was om digitaal te handhaven en dat de sanctie terecht is opgelegd. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.311.043/01
CJIB-nummer
: 241279965
Uitspraak d.d.
: 6 juli 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 10 maart 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 14 april 2023 wordt hier overgenomen.

Het verdere verloop van de procedure

De advocaat-generaal heeft aanvullende informatie overgelegd. Deze is (in kopie) gestuurd naar de gemachtigde van de betrokkene. De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De advocaat-generaal heeft naar aanleiding van het tussenarrest (nogmaals) de van de gedraging gemaakte (zwart-wit) foto’s aan het hof doen toekomen alsmede twee afbeeldingen, afkomstig van Google Street View, van de situatie ter plaatse. Met verwijzing naar de afbeeldingen stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat is voldaan aan de beleidsregel, zoals genoemd in het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden, versie augustus 2018 (hierna: Beleidskader) onder de kop ‘randvoorwaarden en uitgangspunten’ en ‘aanvulling handhaving inrijden voetgangersgebied (G7)’.
2. Op de door de advocaat-generaal ingebrachte afbeeldingen is te zien dat zowel aan de linker- als aan de rechterkant van de Museumstraat een bord G7 is geplaatst met daarboven weergegeven het woord 'zone'. Deze borden zijn voorzien van twee onderborden. Op het ene onderbord staat vermeld ‘fietsers toegestaan op de rijloper’ en op het andere ‘snorfietsers verboden’. Door middel van (laaggelegen) trottoirbanden, is de rijloper gescheiden van de rest van het voetgangersgebied. In het midden van de rijloper is een aantal witte klinkers gesitueerd, waarbij aan het einde - voordat de passage wordt binnengegaan - sprake is van een witgekleurd puntstuk. Verder is te zien dat zowel de rijloper als de rest van het voetgangersgebied is bestraat met rode klinkers. Voorts blijkt dat de Stadhouderskade haaks gelegen is aan de Museumstraat. Het daar gelegen verplichte fietspad (bord G11) grenst aan de Museumstraat, de rijbaan niet. Dit fietspad is voorzien van rood asfalt, terwijl de rijbaan is voorzien van zwart asfalt.
3. De gemachtigde heeft de juistheid van de door de advocaat-generaal ingebrachte afbeeldingen niet bestreden. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de daarop weergegeven situatie overeenkomt met de situatie zoals die was ten tijde van de gedraging.
4. Het hof dient te beoordelen of de ambtenaar van zijn bevoegdheid om een sanctie op te leggen gebruik mocht maken door digitaal te handhaven. Hiervoor dient beoordeeld te worden of het betreffende voetgangersgebied voldoet aan de eisen zoals gesteld in het Beleidskader. Hierin is bepaald dat de wegindeling er uit dient te zien als een voetgangersgebied. Hiermee wordt bedoeld dat er geen sprake meer mag zijn van een rijbaan met trottoirs of dat bijvoorbeeld door het soort wegdek niet de indruk gegeven mag worden dat er sprake is van een rijbaan. Er moet ook een voor bestuurders duidelijk herkenbare scheiding zijn tussen de rijbaan en het begin van het voetgangersgebied.”
5. Naar het oordeel van het hof ziet de wegindeling ter plaatse er uit als een voetgangersgebied en wordt niet de indruk gewekt dat sprake is van een rijbaan. Ter plaatse is sprake van een met rode klinkers bestraat geheel, waarbij fietsers gebruik mogen maken van de rijloper. Deze rijloper is door middel van trottoirbanden afgescheiden van de rest van het voetgangersgebied en in het midden daarvan bevinden zich witte klinkers die dienst doen als belijning. Hiermee wordt niet de indruk gewekt dat sprake is van een rijbaan met trottoirs. Onder rijbaan wordt ingevolge artikel 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) verstaan “elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden.” Nu door het gebruik van klinkers sprake is van een duidelijk herkenbare scheiding tussen het voetgangers- en fietsgebied enerzijds en de overige weggedeelten anderzijds, wordt niet de indruk gewekt dat er sprake is van een voor motorvoertuigen bestemd weggedeelte. Hierbij heeft het hof mede in aanmerking genomen dat de rijbaan - door de aanwezigheid van het verplichte fietspad op de Stadhouderskade - niet direct grenst aan de Museumstraat. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van het hof niet gehandeld in strijd met het Beleidskader. Dit brengt mee dat de ambtenaar van zijn bevoegdheid om een sanctie op te leggen gebruik mocht maken door digitaal te handhaven.
6. De aangevoerde grond treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.