Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Onderwerp
,geboren [in] 2017;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen een beslissing van de rechtbank Midden-Nederland die haar kinderen onder toezicht stelde vanwege ernstige zorgen over hun ontwikkeling en de opvoedingssituatie.
De ouders zijn in 2021 uit elkaar gegaan na een relatie waarin huiselijk geweld plaatsvond, ook in het bijzijn van de kinderen. De vader en moeder verschillen van mening over de aard van het geweld en de problematiek. Sinds november 2021 is er geen omgang meer tussen vader en kinderen, en de hulpverlening om dit te herstellen verliep moeizaam.
De kinderrechter stelde de kinderen onder toezicht omdat de vrijwillige hulpverlening onvoldoende werd gevolgd. Het hof constateert dat de moeder inmiddels goed meewerkt aan de noodzakelijke hulpverlening, waaronder een nieuwe interventie die op het punt staat te starten. Hierdoor zijn de zorgen over de opvoeding afgenomen en is een ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk.
Het hof vernietigt daarom het vonnis van de kinderrechter en wijst het verzoek van de raad tot voortzetting van de ondertoezichtstelling af. De moeder heeft toegezegd ook zonder ondertoezichtstelling te blijven meewerken aan de hulpverlening. De procedure rond de omgang tussen vader en kinderen blijft lopen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voortzetting van de ondertoezichtstelling af en beëindigt deze per direct.