Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
3.De kern van de zaak
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
€ 2.500
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2008 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn sinds 2014 feitelijk gescheiden. De echtscheiding werd uitgesproken in 2016. De rechtbank bepaalde in 2021 dat de woning aan verkoop moet worden onderworpen en de opbrengst gelijk verdeeld, waarbij de man aan de vrouw €12.000 moest betalen.
De man gaat in hoger beroep en stelt dat de vrouw niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard en dat hij de woning kan overnemen, waarbij hij diverse vorderingen op de vrouw wil verrekenen. Het hof oordeelt dat de vrouw wel ontvankelijk is en dat de man onvoldoende heeft aangetoond de woning te kunnen overnemen. De meeste vorderingen van de man worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs of te late indiening.
Het hof vernietigt alleen het deel van het vonnis dat de man €12.000 aan de vrouw moet betalen en bekrachtigt de rest. De woning moet worden verkocht omdat de man niet kan aantonen deze te kunnen overnemen. De man moet aan de vrouw onder meer betalen voor de helft van de waarde van het perceel, auto, motorboot, inboedel en huur van het bijgebouw. De kosten van het hoger beroep worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank alleen voor het deel van €12.000 betaling door de man aan de vrouw en bekrachtigt verder, waarbij de woning verkocht moet worden omdat de man deze niet kan overnemen.