ECLI:NL:GHARL:2023:5881

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
12 juli 2023
Zaaknummer
Wahv 200.309.763/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens verlopen keuringsbewijs voor motorrijtuig onder 3500 kg

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met een motorrijtuig waarvan het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren. Dit gebeurde op 21 mei 2021 in Amsterdam. De betrokkene stelde in hoger beroep dat het Feitenboekje, waarin staat dat de ambtenaar het technisch gebrek moet vaststellen, als beleidsregel geldt en dat de ambtenaar had toegezegd het bij een waarschuwing te laten.

De kantonrechter wees het beroep en het verzoek om proceskostenvergoeding af. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat het Feitenboekje zich richt tot ambtenaren en geen rechten voor betrokkene schept. De vermelding in het Feitenboekje bij de feitcode K045b is slechts een aandachtspunt en geen beleidsregel in de zin van artikel 3, derde lid, Wahv.

Het hof ziet geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De sanctie van €150 blijft van kracht.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €150 wegens een verlopen keuringsbewijs en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.309.763/01
CJIB-nummer
: 241407224
Uitspraak d.d.
: 12 juli 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 29 maart 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “K045b - voor motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 mei 2021 om 20:51 uur op de Weteringschans in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene herhaalt in hoger beroep wat ook in de procedure bij de kantonrechter is gesteld. Onder de toelichting bij feitcode K045B in het Feitenboekje is vermeld dat de ambtenaar moet vaststellen wat voor gebrek het voertuig vertoont en daarvoor een sanctie opleggen. De betrokkene mag hierop een beroep doen. Het Feitenboekje is opgesteld door het openbaar ministerie en richt zich tot ambtenaren. Het Feitenboekje kwalificeert dan ook als een beleidsregel in de zin van artikel 3, derde lid, van de Wahv. Temeer, nu met de aanwijzing in het feitenboekje een duidelijk doel wordt gediend. Verder persisteert de gemachtigde dat de ambtenaar heeft medegedeeld dat het bij een waarschuwing zou blijven. Met deze uitlating is gerechtvaardigd vertrouwen gewekt.
3. De kantonrechter heeft overwogen dat bij gebrek aan enige onderbouwing van de stelling dat de verbalisant heeft aangegeven het slechts bij een waarschuwing te laten geen aanleiding ziet voor het oordeel dat de sanctie is opgelegd in strijd met door de verbalisant gewekt vertrouwen. Het hof kan zich met deze overweging verenigen.
4. In hoger beroep heeft de gemachtigde van de betrokkene zich op het standpunt gesteld dat het Feitenboekje moet worden aangemerkt als een beleidsregel in de zin van het derde lid van artikel 3 van Pro de Wahv en dat de ambtenaar bij diens optreden dan ook is gebonden aan het Feitenboekje.
5. Het is vaste rechtspraak van het hof dat het Feitenboekje zich richt tot de ambtenaar en dat een betrokkene daaraan geen rechten kan ontlenen. Het hof ziet geen aanleiding daaromtrent in dit geval anders te oordelen. Het hof overweegt daartoe als volgt.
6. Blijkens de gegevens in het zaakoverzicht is de betrokkene staandegehouden en is bij het raadplegen van het kentekenregister gebleken dat het voor het voertuig afgegeven keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren. Het voertuig, een taxi, diende gekeurd te zijn op 16 juli 2019.
7. Het Feitenboekje is de korte benaming van de "Lijst van feiten betreffende misdrijven, overtredingen en Muldergedraging" en is een publicatie van het openbaar ministerie. Het Feitenboekje wordt samengesteld door de Commissie Feiten en Tarieven. Dit is een adviescommissie van het openbaar ministerie. Op pagina II van het Feitenboekje, dat op 1 januari 2021 in werking is getreden, is vermeld dat het Feitenboekje alleen is bedoeld voor ketenpartners. Bij feitcode m K 045 b en de daarbij behorende gedraging "voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 35 00 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren" is het volgende vermeld: "laatste keuringsdatum; niet op kenteken ivm RDW-registercontrole, staandegehouden; welk technisch gebrek?"
8. Gelet op de aard en de strekking van de vermelding bij deze feitcode kwalificeert deze als een aandachtspunt voor de handhavingspraktijk en heeft die vermelding geen verdergaande betekenis dan dat. Naar het oordeel van het hof is er voor wat betreft deze vermelding in het Feitenboekje dan ook geen sprake van een beleidsregel in de zin van het derde lid van artikel 3, waaraan de ambtenaren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wahv zijn gebonden. De ter zake aangevoerde grond treft daarom geen doel.
9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van gronden. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.