Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
- de verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 3, alsmede 5 en 7 tot en met 11 aan hem ten laste gelegde feiten, zoals nader omschreven in het schriftelijk requisitoir, zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren, met aftrek van de periode die is doorgebracht in voorarrest;
- daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, ongemaximeerd, zal opleggen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel zal toewijzen en de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] gedeeltelijk zal toewijzen, tot een bedrag van € 12.680,-, vermeerderd met de wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen en deze benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] gedeeltelijk zal toewijzen, tot een bedrag van € 17.963,02, vermeerderd met de wettelijke rente, en de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen en deze benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] gedeeltelijk zal toewijzen, tot een bedrag van € 14.542,59, vermeerderd met de wettelijke rente, en de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen en deze benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 5] gedeeltelijk zal toewijzen, tot een bedrag van € 12.700,-, vermeerderd met de wettelijke rente, en de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen en deze benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 6] gedeeltelijk zal toewijzen, tot een bedrag van € 16.390,-, vermeerderd met de wettelijke rente, en de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen en deze benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering.
Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht
- de verdachte vrijgesproken ter zake van de onder 4, 6 en 12 ten laste gelegde feiten;
- de verdachte ter zake van de overige ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de periode die is doorgebracht in voorarrest;
- daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd;
- de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 3] , [benadeelde 1] en [benadeelde 6] geheel toegewezen, de schadevergoedingsmaatregel opgelegd en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] gedeeltelijk toegewezen, tot een bedrag van € 11.300,-, de schadevergoedings-maatregel opgelegd, de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld en deze benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] gedeeltelijk toegewezen, tot een bedrag van € 12.692,59, de schadevergoedings-maatregel opgelegd, de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld en deze benadeelde partij (bij herstelarrest) voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering;
- de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 5] gedeeltelijk toegewezen, tot een bedrag van € 10.675,-, de schadevergoedings-maatregel opgelegd, de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld en deze benadeelde partij (bij herstelarrest) voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
De tenlastelegging
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2017 tot en met 26 mei 2017 te [pleegplaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 mei 2017 tot en met
3.
hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 april 2017 tot en met 27 september 2018 te [pleegplaats 1] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal telkens
hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 september 2018 tot en met 16 november 2018 te [pleegplaats 1] en/of elders in Nederland, meermalen althans eenmaal (telkens) opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift en/of afbeelding zich jegens [benadeelde 2] en/of [benadeelde 6] heeft geuit, kennelijk om dier/diens vrijheid om naar waarheid te verklaren of geweten ten overstaan van een ambtenaar (van politie) een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij/zij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd,
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de pleegperiode van 1 juli 2018 tot en met
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de pleegperiode van 20 augustus 2017 tot en met 31 maart 2019 te [pleegplaats 1] en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de pleegperiode van 10 augustus 2017 tot en met 31 maart 2019 te [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 5] en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
Bewezenverklaring
hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2017 tot en met 26 mei 2017 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander
hij op tijdstippen in de periode van 27 mei 2017 tot en met 30 september 2017 in Nederland
hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 24 augustus 2018 in Nederland
hij in de periode van 1 september 2018 tot en met 16 november 2018 in Nederland telkens opzettelijk mondeling zich jegens [benadeelde 2] en [benadeelde 6] heeft geuit, kennelijk om dier vrijheid om naar waarheid ten overstaan van een ambtenaar van politie een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd,
hij op tijdstippen in de pleegperiode van 20 augustus 2017 tot en met 31 maart 2019 in Nederland
hij op tijdstippen in de periode van 10 augustus 2017 tot en met 31 maart 2019 in Nederland
Strafbaarheid van de bewezen verklaarde feiten
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
De vorderingen van de benadeelde partijen
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 66 maanden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
€ 3.000,00 (drie duizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor een bedrag van € 2.000,00 (twee duizend euro) aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]
€ 2.136,02 (tweeduizend honderdzesendertig euro en twee cent) bestaande uit € 136,02 (honderdzesendertig euro en twee cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
€ 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]
€ 3.042,59 (drieduizend tweeënveertig euro en negenenvijftig cent) bestaande uit € 42,59 (tweeënveertig euro en negenenvijftig cent) materiële schade en € 3.000,00 (drieduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
€ 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]
€ 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.