Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1. Het geding in eerste aanleg
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het recht op omgang tussen een vader en zijn minderjarige dochter, geboren in 2008, die bij de moeder woont. Ondanks diverse rechterlijke besluiten en begeleidingstrajecten sinds 2016 is het contact tussen vader en kind sinds 2019 vrijwel gestopt. De vader heeft meerdere pogingen gedaan om contact af te dwingen, onder meer via de rechter en sociale media, maar het kind toont grote weerstand en wil geen contact.
Het hof stelt vast dat de moeder mogelijk invloed heeft gehad op de afwijzing van contact door het kind, die aanvankelijk wel openstond voor omgang. Gezien de leeftijd van het kind en haar duidelijke standpunt acht het hof het niet in haar belang om het contact af te dwingen, omdat dit contraproductief zou zijn en de relatie mogelijk onherstelbaar zou schaden.
Het hof wijst het verzoek van de vader tot contactherstel af en wijst het verzoek van de moeder toe om het recht op omgang te ontzeggen op grond van zwaarwegende belangen van het kind. Het hof benadrukt het belang van rust voor het kind en spreekt de hoop uit dat op termijn het contact alsnog kan worden hersteld, waarbij de moeder een ondersteunende rol dient te vervullen. Tevens wijst het hof een verzoek tot een nieuw raadsonderzoek en een verzoek tot ondertoezichtstelling van de vader af.
Uitkomst: Het hof ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarige dochter wegens zwaarwegende belangen van het kind.