Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
wonende te [woonplaats2] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
14 juni 2024.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn in hoger beroep gegaan tegen de verlengde machtigingen tot uithuisplaatsing van hun jongste kind, waarbij zij onder meer het vermeende cocaïnegebruik van de moeder betwisten en de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing aanvechten.
De gecertificeerde instelling (GI) en de raad voor de kinderbescherming hebben de verlengingen verdedigd, stellende dat er ernstige zorgen zijn over de opvoeding en veiligheid van het kind, los van het drugsgebruik. Het hof concludeert dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en dat het eventuele cocaïnegebruik geen dragende factor meer vormt.
Het hof wijst het verzoek van de ouders om nadere informatie over de drugstesten op te vragen af en benadrukt het belang van een constructieve samenwerking tussen ouders en GI. De bestreden beschikkingen worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlengde machtigingen tot uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het verzoek tot aanhouding af.