Betrokkene, geboren in 1942, is onder bewind en mentorschap gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand. De dochter verzocht de rechtbank om het bewind en mentorschap op te heffen en de bewindvoerder en mentor te ontslaan vanwege vermeende tekortkomingen in de zorg en communicatie.
De kantonrechter wees dit verzoek af, waarna de dochter hoger beroep instelde. Het hof beoordeelde de gang van zaken rondom de verhuizing van betrokkene naar een verzorgingshuis, de verkoop van haar woning, het ophalen van persoonlijke spullen en de communicatie door de bewindvoerder en mentor.
Het hof oordeelde dat de bewindvoerder en mentor zorgvuldig heeft gehandeld, betrokkene actief heeft betrokken bij beslissingen, en de dochter en zoons voldoende heeft geïnformeerd en betrokken. Er zijn geen gewichtige redenen voor ontslag van de bewindvoerder en mentor. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.