Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen met hoofdverblijfplaats bij de moeder. In de echtscheidingsbeschikking is afgesproken dat de vader kinderalimentatie betaalt van €225 per kind per maand. De vader verzocht de rechtbank om deze alimentatie per 20 januari 2022 op nihil te stellen wegens gewijzigde financiële omstandigheden.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de vader hoger beroep instelde. Het hof constateerde dat er wel sprake is van gewijzigde omstandigheden, zoals een nieuwe baan van de vader en een nieuwe zorgregeling, waardoor herbeoordeling mogelijk is. Echter, de vader had zijn verzoek onvoldoende onderbouwd. Hij leverde geen duidelijk bewijs dat zijn schuldenlast na de echtscheiding was toegenomen en gaf onvoldoende inzicht in zijn actuele draagkracht.
De moeder betwistte de stelling dat er nieuwe schulden zijn en stelde dat de schulden grotendeels al bestonden tijdens de relatie. Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende bewijs leverde over de omvang en ontstaan van zijn schulden en geen actuele draagkrachtberekening overlegde. Daarom faalden zijn grieven en werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.