ECLI:NL:GHARL:2023:6309
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontruimingsvonnis huurwoning in hoger beroep kort geding
Partijen zijn in 2017 getrouwd en hebben een geschil over de ontruiming van hun voormalige echtelijke huurwoning. De man is bij echtscheidingsbeschikking aangewezen als huurder van de woning, maar de vrouw betwist dit en stelt dat zij medehuurder is en dat de echtscheidingsbeschikking nog niet definitief is vanwege haar hoger beroep.
De man vorderde ontruiming van de woning en afgifte van de sleutels binnen drie dagen, met inzet van de politie indien nodig. De vrouw betwistte dit en vorderde schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking totdat het hoger beroep in de echtscheidingsprocedure is afgerond.
De voorzieningenrechter wees de ontruimingsvordering toe en bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. Het hof bevestigt dat de vordering spoedeisend is en dat de vrouw belang heeft bij het hoger beroep. Het hof oordeelt dat de echtscheidingsbeschikking nog niet kracht van gewijsde heeft vanwege het lopende hoger beroep.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de man bij ontruiming zwaarder weegt dan dat van de vrouw, mede vanwege de woonlasten en de zorg voor het kind. De vrouw kan bij familie verblijven zonder dat het de zorg voor het kind belemmert. Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming van de woning en afgifte van de sleutels, en wijst het hoger beroep van de vrouw af.