ECLI:NL:GHARL:2023:6324

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 juli 2023
Publicatiedatum
26 juli 2023
Zaaknummer
Wahv 200.320.388/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 2, derde lid Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep snelheidsovertreding binnen bebouwde kom wegens onvoldoende bewijs bebording

De betrokkene kreeg een sanctie van €160 opgelegd voor het rijden van 17 km/u te hard binnen de bebouwde kom op 28 februari 2022. De betrokkene voerde aan dat het bord H1 (bebouwde kom) niet was gepasseerd, waardoor de overtreding niet kon worden vastgesteld.

De ambtenaar was niet ter plaatse en het dossier bevatte alleen een Google Maps Street View afbeelding uit april 2021 van het bord. Navraag bij de gemeente Dijk en Waard bevestigde geen meldingen over het bord in de periode van augustus 2021 tot augustus 2022. Volgens het hof moet de aanwezigheid van de bebording met voldoende zekerheid binnen zes maanden voor en na de overtreding worden vastgesteld, wat hier niet het geval was.

Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctie van de officier van justitie, verklaart het beroep gegrond en restitueert de zekerheidstelling aan de betrokkene. Tevens veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1.703,25.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing en verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende bewijs van de aanwezigheid van bebording H1.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.320.388/01
CJIB-nummer
: 247864179
Uitspraak d.d.
: 26 juli 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 8 december 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “17 km per uur harder rijden harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 februari 2022 om 15:00 uur op de Middenweg ter hoogte van het viaduct N194 in Heerhugowaard met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat de bestuurder van het voertuig geen bord H1 (bebouwde kom) is gepasseerd op de door hem gereden route. Anders dan de kantonrechter heeft geoordeeld, behoort dit te leiden tot de conclusie dat de gedraging niet kan worden vastgesteld.
3. De ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd was niet ter plaatse. Het dossier bevat een afbeelding van Google Maps Street View waarop de bebording H1 te zien is op de plek waar de bestuurder de bebouwde kom is binnengereden. De opnamedatum van deze foto betreft april 2021. Verder heeft de advocaat-generaal navraag gedaan bij de gemeente Dijk en Waard. Een medewerker van deze gemeente heeft via een mailbericht van 30 maart 2023 laten weten dat er in de periode van
28 augustus 2021 tot en met 28 augustus 2022 geen meldingen bekend zijn over vernielingen of vermissingen van het bord.
4. Uitgangspunt is dat de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de gedraging met een voldoende mate van zekerheid moet kunnen worden vastgesteld. In een geval als het onderhavige betekent dit dat de aanwezigheid van de bebording ten tijde van de gedraging met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld als blijkt dat deze bebording aanwezig was op enig moment niet meer dan zes maanden vóór en niet meer dan zes maanden ná de gedraging. Is één van deze termijnen langer, dan zal uit (nadere) stukken moeten blijken dat na verificatie van daarvoor beschikbare bronnen is gebleken dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen (vgl. het arrest van het hof van 12 september 2022, ECL:NL:GHARL:2022:7804). De informatie in het dossier voldoet niet aan deze eis. Dit brengt mee dat niet genoegzaam is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. De zekerheidstelling zal aan de betrokkene worden gerestitueerd.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen op de zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal 4 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.703,25
(= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.703,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.