Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verweerster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben drie kinderen, waarvan één overleden. Na echtscheiding stelde de rechtbank een zorgregeling, hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie vast. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming Gelderland.
De man kwam met negen grieven in hoger beroep, waaronder wijziging van de zorgregeling, hoofdverblijfplaats en kinderalimentatie. De vrouw stelde vijf grieven in incidenteel hoger beroep in. Tijdens de mondelinge behandeling waren beide partijen en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig.
Het hof oordeelde dat het aantal wisselmomenten beperkt moet blijven om onrust bij de jonge kinderen te voorkomen en stelde een nieuwe zorgregeling vast die een meer evenwichtige verblijfsduur bij beide ouders waarborgt. De hoofdverblijfplaats van de oudste bleef bij de vrouw, mede om financiële en praktische redenen. De kinderalimentatie werd vastgesteld op €58 per kind per maand, rekening houdend met draagkracht en zorgkorting. De vrouw moet de man de helft van te veel ontvangen kinderopvangtoeslag betalen. Het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor vaccinaties werd toegewezen. Verder werd de bestreden beschikking voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof stelde een aangepaste zorgregeling vast, handhaafde de hoofdverblijfplaats bij de moeder, bepaalde kinderalimentatie op €58 per kind per maand en verleende vervangende toestemming voor vaccinaties aan de vader.