Partijen zijn in 2013 op huwelijkse voorwaarden getrouwd waarbij de woning van de man buiten de gemeenschap viel, maar de waardevermeerdering tijdens het huwelijk bij ontbinding gedeeld moest worden. De aanvangswaarde werd uiteindelijk vastgesteld op €300.000.
De vrouw verzocht bij echtscheiding om een taxateur te benoemen voor de huidige waarde van de woning en betaling van de helft van de waardevermeerdering. De man wilde uitgaan van de WOZ-waarde bij de aanvraag van de scheiding. De rechtbank bepaalde dat de man aan de vrouw de helft van het verschil tussen de meest recente WOZ-waarde en €300.000 moest betalen, en wees het verzoek van de man om vergoeding van schenkingen af.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de waardevermeerdering moet worden berekend op basis van de marktwaarde (waarde in het economisch verkeer) op het moment van ontbinding van het huwelijk, vastgesteld op 12 oktober 2022. Het hof schat de waarde op €570.000, waardoor de man €135.000 aan de vrouw moet betalen. Daarnaast oordeelt het hof dat de schenkingen van de moeder van de man buiten de gemeenschap vielen en kent het de man €17.714 toe. De eerdere beslissing van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze afwijkt van dit oordeel.