ECLI:NL:GHARL:2023:6676

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 augustus 2023
Publicatiedatum
7 augustus 2023
Zaaknummer
Wahv 200.320.381/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste toepassing artikel 5 Wahv bij videosurveillance

De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op 18 juli 2020. De ambtenaren reden in een onopvallend videosurveillancevoertuig en kozen bewust ervoor de bestuurder niet staande te houden om hun identiteit als verkeershandhavers geheim te houden.

De gemachtigde voerde aan dat het onterecht was om op kenteken te bekeuren zonder staandehouding, omdat artikel 5 Wahv Pro vereist dat de bestuurder wordt aangehouden tenzij dit redelijkerwijs niet kan. Het hof oordeelde dat er wel degelijk een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond en dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder werd opgelegd.

Daarom vernietigde het hof de beschikking en verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.284,75. De beslissing van de kantonrechter werd eveneens vernietigd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd omdat de bestuurder ten onrechte niet is staande gehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.320.381/01
CJIB-nummer
: 235036108
Uitspraak d.d.
: 7 augustus 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 14 oktober 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 juli 2020 om 20:45 uur op de Graaf Reinaldweg (N830) in Herwijnen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep onder meer aan dat in de onderhavige zaak ten onrechte op kenteken is bekeurd. De omstandigheid dat de ambtenaar in een videovoertuig reed dat heimelijk diende te blijven is geen reden om af te zien van staandehouding van de bestuurder van het voertuig.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd, tenzij dat in redelijkheid niet van de ambtenaar kan worden verlangd. In dat geval mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens:
Ik zag dat het een dubbele doorgetrokken streep betrof. (…)
Reden geen staandehouding: in verband met heimelijkheid videovoertuig.”
5. In het aanvullend proces-verbaal van 12 januari 2021 verklaart de betrokken ambtenaar voor zover hier van belang - zakelijk weergegeven - het volgende:
Op 18 juli 2020 waren wij belast met videosurveillance. Wij reden in een onopvallend videosurveillancevoertuig. De Graaf Reinaldweg heeft 2 rijstroken met een dubbele doorgetrokken streep tussen de rijstroken. Omstreeks 20:44 uur sloten wij aan bij een zestal motorrijders. Omstreeks 20:45 uur werden wij ingehaald door een motorfiets met het kenteken [kenteken] . Tijdens de videosurveillancedienst hebben wij regelmatig te maken met motorrijders die hard rijden. Op het moment dat ons voertuig bij de motorrijders bekend is, krijgen wij nooit de ware aard van de bestuurders van die motoren te zien. Er was kennelijk argwaan bij de motorrijders omdat deze plotseling zachter gingen rijden. Wij hebben er om die reden voor gekozen om de aankondiging van beschikking op kenteken uit te schrijven. Zo bleef ons videosurveillancevoertuig geheim en wij weten uit ervaring dat deze wijze van verkeershandhaving uiteindelijk ertoe zal leiden dat het veiliger wordt op de openbare weg.
6. Uit het aanvullend proces-verbaal volgt dat de ambtenaren er bewust voor hebben gekozen om de betrokken bestuurder van de motorfiets niet staande te houden om aldus voor de overige motorrijders onbekend te blijven als verkeershandhavers. Dit kennelijk met het doel om eventueel nog andere verkeersovertredingen te kunnen registreren die mogelijk door de overige betrokken motorrijders zouden worden begaan. Hieruit volgt dat er - bij het ontbreken van aanwijzingen voor het tegendeel - zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig heeft voorgedaan, zodat het ervoor moet worden gehouden dat de ambtenaar ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, moet worden vernietigd. Hetgeen overigens door de gemachtigde behoeft daarmee geen bespreking meer. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de eerste keer telefonisch horen in administratief beroep bij het ontbreken van een toelicht geen punt toekennen, voor de tweede keer telefonisch horen wordt een half punt toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.284,75 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (2 x € 837,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.