ECLI:NL:GHARL:2023:6677

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 augustus 2023
Publicatiedatum
7 augustus 2023
Zaaknummer
GEMW 200.320.486/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 154b GemeentewetArt. 154n GemeentewetArt. 8 lid 1 Afvalstoffenverordening 2009
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestuurlijke boete wegens onvoldoende bewijs overlast afval openbare ruimte

Eiseres kreeg een bestuurlijke boete van €100 opgelegd wegens het aanbieden van huishoudelijk afval naast een ondergrondse container, in strijd met de Afvalstoffenverordening van Amsterdam. De boete was gebaseerd op een adressticker op een afvalzak die verwees naar eiseres' bedrijf.

Eiseres voerde aan dat het afval niet door haar of haar bedrijf was achtergelaten, maar dat dozen van haar bedrijf regelmatig door derden worden hergebruikt en dat zij een abonnement heeft voor afvalinzameling via containers op haar eigen locatie. Dit werd ondersteund door een factuur en het feit dat het afval op een andere locatie werd aangetroffen.

Het hof oordeelde dat eiseres een concrete, gedetailleerde en onderbouwde verklaring heeft gegeven die voldoende twijfel zaait over haar schuld als overtreder. Hierdoor kon verweerder het bewijsvermoeden niet handhaven. De beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond verklaarde werd vernietigd en de boete werd geseponeerd.

Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd omdat eiseres aannemelijk heeft gemaakt niet de overtreder te zijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: GEMW 200.320.486/01
Uitspraak d.d.
: 7 augustus 2023
Arrestop het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2022, betreffende

[de eiseres] (hierna: eiseres),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van eiseres ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiseres op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] .

Het verloop van de procedure

Eiseres heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan eiseres is een bestuurlijke boete opgelegd van € 100,- voor overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent afvalstoffen (Afvalstoffenverordening 2009, hierna: de Afvalstoffenverordening). De overtreding zou zijn begaan op 25 september 2021 ter hoogte van de Spijkerkade 2 in Amsterdam.
2. Artikel 8, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening luidt als volgt:
“Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, vierde lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening of brengdepot is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan met behulp van het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot.”
3. In een door of onder verantwoordelijkheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar opgesteld overtredingsrapport is door deze ambtenaar de volgende verklaring opgenomen:
“Ik zag dat op bovengenoemde locatie huishoudelijk afval, te weten een gesloten afvalzak, niet op de voorgeschreven wijze werd aangeboden ter inzameling via een inzamelvoorziening voor een groep percelen, te weten Spijkerkade 2. De wijze waarop het afval werd aangeboden was naast de ondergrondse afvalcontainer geplaatst en achtergelaten. Het feit dat overtreder dit afval aanbood bleek mij uit de adressticker met de gegevens van de betrokkene in deze gesloten afvalzak.”
4. Het overtredingsrapport bevat verder een aantal foto’s. Op één van de foto’s is een gesloten grijze afvalzak te zien. Op een andere foto is te zien dat deze zak is opengemaakt en een doos bevat, met daarop een adressticker. Op een andere foto is te zien dat op deze adressticker staat: “ [naam1] , [adres] ”. Ook is een foto overgelegd waarop een (deels) ondergrondse) container zichtbaar is.
5. Eiseres voert aan dat het afval niet door haar of [naam1] is achtergelaten. [naam1] maakt gebruikt van containers, voor zowel papier als restafval, van Renewi. Zij hebben een abonnement hierop, waar veel voor wordt betaald. Dat bedrijf komt twee keer per week het afval ophalen. Eiseres heeft dus geen reden het afval op de pleeglocatie achter te laten. Verder geeft eiseres aan dat zij auto-onderdelen verkopen aan garages en particulieren en dat als klanten zware spullen kopen, die meegegeven worden in een doos. Op die doos staat de bedrijfsnaam. De adresstickers worden er wel afgehaald, maar soms wordt dit vergeten.
6. Verweerder stelt dat, gelet op de nadere stukken die op 21 oktober 2022 zijn ingediend, voldoende aannemelijk is gemaakt dat de overtreding niet is begaan door eiseres ofwel niet aan eiseres te wijten is en dat het beroep ten onrechte ongegrond is verklaard door de kantonrechter.
7. Niet in geding is dat op voormelde datum, tijd en plaats een afvalzak is aangetroffen naast een afvalcontainer met daarop een sticker met de adresgegevens van [naam1] , een vennootschap onder firma, waarvan eiseres een vennoot is.
8. Gelet op wat is aangevoerd ziet het hof zich voor de vraag gesteld of eiseres als overtreder kan worden aangemerkt. In dat verband is van belang dat in de regel mag worden aangenomen dat de (rechts)persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. Dat is anders indien die persoon aannemelijk maakt dat zij niet degene is geweest die het te handhaven voorschrift heeft geschonden. Naast de fysieke overtreder kan onder omstandigheden ook degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, maar aan wie de handeling wel is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en dus als overtreder worden aangemerkt (vgl. de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 11 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3447).
9. Verweerder heeft op basis van de gegevens op de adressticker geconcludeerd dat de afvalzak tot eiseres kan worden herleid en haar als overtreder aangemerkt.
10. Het bewijsvermoeden dat degene tot wie de afvalstoffen kunnen worden herleid ook de overtreder is, kan worden weerlegd door het aannemelijk maken van het tegendeel. Dat kan bijvoorbeeld door het geven van een concrete, gedetailleerde, logische en met objectieve omstandigheden onderbouwde verklaring voor het, zonder toedoen van de beboete persoon, belanden van de aangetroffen afvalstoffen op die plek. Ook zou met objectieve omstandigheden aannemelijk kunnen worden gemaakt dat hij of zij niet in de gelegenheid was om de aangetroffen afvalstoffen op die plek achter te laten. Als daarmee voldoende twijfel ontstaat over de aanname op grond van het bewijsvermoeden dat hij of zij de overtreder is, dan is vervolgens weer aan het bestuursorgaan om die twijfel en het geleverde tegenbewijs te weerleggen. In dat geval kan het bestuursorgaan niet langer volstaan met een beroep op het bewijsvermoeden (vgl. de uitspraak van de ABRvS van 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1558).
11. Eiseres stelt dat de dozen van [naam1] doorgaans hergebruikt worden als verpakkingsmateriaal ten behoeve van goederen voor klanten. Het kan dus goed zijn dat een oorspronkelijk van (het bedrijf van) eiseres afkomstige doos op enig moment in bezit van een derde is gekomen, die deze vervolgens op straat heeft achtergelaten. De aannemelijkheid van dit scenario van eiseres wordt ondersteund door het - niet door verweerder betwiste - gegeven dat op het bedrijf van eiseres containers staan, die twee maal per week worden opgehaald door een afvalverwerkingsbedrijf. Eiseres heeft ook een factuur overgelegd waaruit blijkt dat [naam1] een abonnement heeft voor een restafval- en een papier/rolcontainer. Ook betrekt het hof hierbij dat het pand van [naam1] op geruime afstand (ca. 2,5 kilometer) is gelegen van de plaats waar het afval is aangetroffen, terwijl in de nabijheid van dit pand voldoende mogelijkheden voor afvalinzameling aanwezig zijn. Het hof is van oordeel dat hiermee door eiseres een concrete, gedetailleerde, logische en met objectieve omstandigheden onderbouwde verklaring is gegeven voor het anders dan door haar toedoen op straat belanden van het afval. Gelet daarop heeft verweerder ten onrechte eiseres als overtreder aangemerkt. De kantonrechter heeft dit miskend.
12. De aan eiseres opgelegde boete kan alleen al daarom geen stand houden. De overige daartegen ingebrachte gronden behoeven geen bespreking meer.
13. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van verweerder, alsmede de beschikking waarbij de bestuurlijke boete aan eiseres is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door eiseres op de voet van artikel 154n van de Gemeentewet tot zekerheid is gesteld door verweerder wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.