De heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op van €67,30, bestaande uit €2 parkeerbelasting en €65,30 aan kosten. Belanghebbende betaalde pas na een korte vertraging de parkeerbelasting met een bezoekerspas. De rechtbank Overijssel had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd tot €15.
De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de gemeente binnen de wettelijke kaders van de Gemeentewet, het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen en de Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen handelde. Het evenredigheidsbeginsel is volgens het Hof niet van toepassing op de kostencomponenten van de naheffingsaanslag, omdat deze geen sanctie vormen.
Na overleg ter zitting heeft de heffingsambtenaar verklaard de naheffingsaanslag en uitspraak op bezwaar te willen laten vernietigen, behoudens proceskosten en griffierecht. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de naheffingsaanslag, wees het beroep van de heffingsambtenaar toe en veroordeelde deze in de proceskosten van belanghebbende.