ECLI:NL:GHARL:2023:6783
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
In deze ontnemingszaak was het openbaar ministerie vordering tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat jegens verdachte. De rechtbank had deze vordering toegewezen en een bedrag van €252.713,10 opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank vernietigd omdat verdachte in de strafzaak vrijgesproken is van de tenlastegelegde feiten. Hierdoor is de grondslag voor de ontnemingsvordering komen te vervallen.
Op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kan ontneming alleen worden opgelegd aan veroordeelden. Omdat verdachte is vrijgesproken, verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 12 juli 2023 na behandeling van het hoger beroep. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht door niet-ontvankelijkheid uit te spreken.
De beslissing betekent dat de ontnemingsvordering niet kan worden toegewezen zolang de verdachte niet is veroordeeld voor de strafbare feiten waarop de vordering is gebaseerd.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van verdachte.