De zaak betreft het hoger beroep van de terbeschikkinggestelde tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland tot verlenging van zijn terbeschikkingstelling (TBS) met twee jaar. Het hof heeft de stukken bestudeerd en aanvullende informatie van de kliniek ontvangen over het recidiverisico, met name gericht op het seksuele aspect.
Tijdens de zittingen zijn de advocaat-generaal, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord, evenals een verpleegkundig specialist van het Forensisch Psychiatrisch Centrum. De terbeschikkinggestelde betoogde primair dat de verlenging afgewezen moet worden en subsidiair dat slechts een verlenging van één jaar passend is, omdat het risico onvoldoende onderbouwd zou zijn.
Het openbaar ministerie stelde dat het risico op seksueel recidive voldoende is onderbouwd, mede door een pervasieve ontwikkelingsstoornis, persoonlijkheidsstoornis en parafilie bij de terbeschikkinggestelde. Het hof concludeert dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en bevestigt de verlenging met twee jaar. De kliniek blijft bij haar advies en het hof benadrukt het belang van het volgen van de stapsgewijze behandelingskoers en het monitoren van de omgang met vrijheden en openheid over seksualiteit.