ECLI:NL:GHARL:2023:7023

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 augustus 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
Wahv 200.324.792/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wahv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij schending hoorplicht

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie in een bestuursstrafrechtelijke zaak onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie wegens schending van de hoorplicht, maar verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de sanctie gematigd had moeten worden ondanks de termijnoverschrijding, verwijzend naar eerdere arresten van het hof. Het hof overwoog echter dat compensatie voor het structureel niet horen van een betrokkene zonder professionele gemachtigde alleen mogelijk is bij een ontvankelijk beroep tegen de inleidende beschikking, wat hier niet het geval was.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige beroepsinstelling en de beperkingen van compensatie bij schending van de hoorplicht zonder ontvankelijk beroep.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens termijnoverschrijding en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.792/01
CJIB-nummer
: 243113381
Uitspraak d.d.
: 22 augustus 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter aan de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie wegens schending van de hoorplicht ook in dit geval, waarin de betrokkene zelf beroep bij de officier van justitie heeft ingesteld en dit beroep te laat was ingesteld, de consequentie had moeten verbinden dat het bedrag van de sanctie (€ 250,-) wordt gematigd met 25%. Dat is ten onrechte niet gebeurd. De gemachtigde van de betrokkene verwijst daarbij naar de arresten van het hof van 27 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5210, 18 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3954 en 22 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9934.
2. De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de inleidende beschikking vanwege termijnoverschrijding. De kantonrechter heeft in zijn beslissing overwogen (onder 16) dat de betrokkene geen reden voor de termijnoverschrijding heeft aangevoerd, dat ook de gemachtigde daarvoor ter zitting geen onderbouwde argumenten heeft aangevoerd en dat de kantonrechter geen aanleiding ziet om op grond van het door de gemachtigde aangehaalde arrest van het hof de sanctie te matigen met een kwart. “Er is immers geen ontvankelijk beroep tegen de inleidende beschikking.”
3. Het standpunt van de gemachtigde van de betrokkene vindt geen steun in het recht.
Het hof heeft in zijn arrest van 22 november 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9934, het structureel niet horen door de officier van justitie van een betrokkene die zonder (professioneel) gemachtigde procedeert, aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv (ov. 16). Dit impliceert dat aan compensatie van de schade in verband met die schending van de hoorplicht eerst kan worden toegekomen wanneer sprake is van een ontvankelijk beroep tegen de inleidende beschikking. Daarvan is in dit geval geen sprake.
4. De aangevoerde grond treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.