ECLI:NL:GHARL:2023:7252
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingesteld. De betrokkene voerde aan de beslissing niet te hebben ontvangen, maar het hof oordeelde dat de beslissing correct was verzonden naar het juiste adres.
De beroepstermijn van zes weken was verstreken toen de betrokkene alsnog beroep instelde. De betrokkene stelde dat de overschrijding verschoonbaar was vanwege arbeidsongeschiktheid en gebrek aan procesbijstand, maar dit werd door het hof verworpen. Het hof benadrukte dat de betrokkene tijdig beroep had kunnen instellen en dat er geen reden was om van de ontvankelijkheidseisen af te wijken.
Hoewel het hof vaststelde dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg was overschreden, kon het niet tot matiging van het sanctiebedrag overgaan omdat er geen procedure in eerste aanleg was waarin een sanctiebedrag was vastgesteld. Het hof wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en bevestigde de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het beroep van de betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn; de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.