ECLI:NL:GHARL:2023:73

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 januari 2023
Publicatiedatum
4 januari 2023
Zaaknummer
200.306.657/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie rijden door rood na waarneming via buitenspiegel

Betrokkene werd een administratieve sanctie van €250 opgelegd wegens doorrijden bij een rood verkeerslicht op 18 januari 2021 in Apeldoorn. De ambtenaar stelde de overtreding vast via zijn buitenspiegel, waarbij hij het rode licht dat voor betrokkene gold duidelijk kon waarnemen. Betrokkene ontkende de gedraging en voerde aan dat de ambtenaar het verkeerslicht niet direct kon zien en dat sprake was van conflicterende rijrichtingen.

De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. In hoger beroep bevestigde het gerechtshof deze beslissing. Het hof oordeelde dat de ambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat het rode licht zichtbaar was via de buitenspiegel en dat betrokkene het rode licht negeerde. De argumenten van de gemachtigde van betrokkene leidden niet tot twijfel aan de juistheid van de vaststelling.

Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen omdat betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. Het arrest werd uitgesproken door mr. Van Schuijlenburg, in aanwezigheid van mr. Huizenga als griffier, op een openbare zitting.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €250 voor door rood rijden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.306.657/01
CJIB-nummer
: 238991338
Uitspraak d.d.
: 4 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 10 december 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 januari 2021 om 15:37 uur op de Zutphensestraat in Apeldoorn met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Namens de betrokkene herhaalt de gemachtigde in grote lijnen zijn eerder aangevoerde gronden, namelijk dat de betrokkene de gedraging ontkent en dat in het licht van het betoog van de betrokkene moet worden betwijfeld of de gedraging is verricht. Kort gezegd doet zich hier de situatie voor dat sprake was van conflicterende rijrichtingen, terwijl de ontruimingstijd van een kruising negatief kan zijn. De ambtenaar had geen direct zicht op het voor de betrokkene bestemde licht en heeft niet toegelicht hoe hij heeft vastgesteld dat het op rood stond. De kantonrechter had in het consistente betoog van de betrokkene aanleiding moeten zien om nadere informatie op te vragen bij de ambtenaar, aldus de gemachtigde.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"ik had direct zicht op het verkeerslicht en zag dat de betrokkene ongeveer 5 meter verwijderd was van het verkeerslicht op het moment dat dit rood licht ging uitstralen. Betrokkene negeerde dit verkeerslicht en vervolgde zijn weg. (…)
Opmerkingen ambtenaar 1: (…) Ik zag op de Zutphensestraat een witte Tesla, hierna te noemen doelvoertuig, ons tegemoet komen rijden. Ik zag dat het doelvoertuig zijn snelheid hoger had dan de aldaar toegestane snelheid van 50 km/u. Ik sloeg hierop aan en keek direct in mijn linker buitenspiegel om te zien welke kleur het verkeerslicht had dat voor het doelvoertuig gold. Ik zag dat het driekleurig verkeerslicht boven het wegdek van de twee rijstroken voor linksaf rood kleurde. Ik zag dat op dat moment het doelvoertuig nog 5 meter voor de stopstreep was verwijderd, betreffende ruim een voertuiglengte. Ik zag dit over een afstand van circa 20 meter. Het zicht van mij ten opzichte van het verkeerslicht, de stopstreep en het doelvoertuig was volledig vrij. Mijn zicht werd niet belemmerd. (...)
De ondersteunende foto werd door mij een dag later gemaakt om de wijze van en de vrije
waarneming weer te geven”.
5. De foto waarnaar de ambtenaar verwijst, bevindt zich in het dossier. Hierop is een buitenspiegel te zien waarin meerdere verkeerslichten, die zich kennelijk achter het voertuig bevinden, duidelijk zichtbaar zijn. De kleur die de lichten uitstralen is goed waarneembaar.
6. Een situatie zoals de gemachtigde die beschrijft, waarbij de ambtenaar het verkeerslicht dat voor de betrokkene bestemd was niet zelf heeft kunnen waarnemen, doet zich hier niet voor. De ambtenaar heeft immers verklaard – en met een foto toegelicht – dat hij via zijn buitenspiegel zag dat het voor de betrokkene bestemde verkeerslicht rood licht uitstraalde terwijl de betrokkene dit licht passeerde. Gelet hierop leidt het betoog van de gemachtigde niet tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar en kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Nu de gronden geen doel treffen, zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.