ECLI:NL:GHARL:2023:7397
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid en ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen raadsheren in vermogensrechtelijke procedure
Verzoekster was betrokken in een civiele procedure over de vermogensrechtelijke afwikkeling van haar ontbonden huwelijk en partneralimentatie met haar ex-echtgenoot. Haar advocaat, mr. M.T. Psara, trok zich op 18 augustus 2023 terug als haar vertegenwoordiger. Vervolgens diende verzoekster zelf meerdere wrakingsverzoeken in, waaronder tegen de voorzitter van de wrakingskamer.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoekster, na het vertrek van haar advocaat, niet zelfstandig proceshandelingen mag verrichten en verklaarde het verzoek tot wraking van de voorzitter niet-ontvankelijk. Het eerdere wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren werd inhoudelijk beoordeeld. De gronden betroffen vermeende onpartijdigheid door eerdere betrokkenheid bij andere procedures en nevenfuncties.
De wrakingskamer stelde dat het vermoeden van onpartijdigheid van rechters slechts door uitzonderlijke omstandigheden kan worden doorbroken. De aangevoerde gronden waren onvoldoende concreet en werden niet als zwaarwegend beschouwd. Het verzoek tot wraking van de drie raadsheren werd daarom ongegrond verklaard. De beslissing werd op 4 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de voorzitter is niet-ontvankelijk verklaard en het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is ongegrond verklaard.