Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 4 september 2023 het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 11 juli 2023 vernietigd, waarbij appellant in staat van faillissement was verklaard. Het hof oordeelde dat appellant niet meer verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, omdat zij met vrijwel alle schuldeisers betalingsregelingen heeft getroffen of de vorderingen volledig kan voldoen.
Tijdens de procedure heeft appellant onder meer betalingsregelingen met meerdere schuldeisers aangetoond, waarvan de eerste termijnen reeds op een derdengeldenrekening zijn gestort. Hoewel met de Belastingdienst nog geen regeling is getroffen, acht het hof het aannemelijk dat dit spoedig zal gebeuren en dat de vordering in een termijn van 24 maanden kan worden voldaan.
Het hof nam ook mee dat appellant voldoende inkomsten heeft om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, mede doordat haar partner de vaste lasten draagt. De curator bevestigde dat alle vorderingen kunnen worden voldaan of dat met schuldeisers regelingen zijn getroffen. Het hof wees het verzoek tot faillietverklaring af, veroordeelde appellant in de faillissementskosten en bepaalde dat partijen hun eigen kosten van het hoger beroep dragen.