In deze civiele zaak stond de draagkracht van de man centraal voor de vaststelling van de kinderalimentatie ten behoeve van zijn minderjarige kind. Het hof bevestigde dat de man een transitievergoeding van ruim €11.500 netto ontving bij het beëindigen van zijn dienstverband, maar deze vergoeding niet heeft gebruikt om zijn inkomen aan te vullen, maar om een auto van €8.000 te kopen. Dit acht het hof onacceptabel gezien zijn onderhoudsverplichting.
De man had een bewindvoerder vanwege zijn kwetsbare financiële situatie en schulden, maar de door hem overgelegde budgetplannen waren onvoldoende onderbouwd. De bewindvoerder gaf geen inzage in de schuldenlast en was niet verschenen om vragen te beantwoorden, waardoor het beroep op de aanvaardbaarheidstoets faalde.
Het hof matigde de kinderalimentatie naar €150 per maand met ingang van de datum van het hoger beroep, 18 november 2022. Daarbij werd rekening gehouden met de lagere lasten na verkoop van de auto en het feit dat de man in staat wordt geacht deze bijdrage te betalen. De eerdere beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de proceskosten werden gecompenseerd.