Partijen, gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen, zijn gescheiden en hebben hun boedel verdeeld behalve de gemeenschappelijke woning. De man heeft de woning overgenomen tegen een door een makelaar vastgestelde marktwaarde van €170.000,- per 20 oktober 2020.
De vrouw betwistte deze waarde en stelde dat de woning meer waard was, onder meer op basis van latere WOZ-waarden en mogelijke verkoopprijzen. Ook voerde zij aan dat de taxatie onjuist was vanwege een onvoltooide zolderverdieping en vermeende beïnvloeding van de makelaar.
Het hof oordeelde dat de peildatum voor de waardering terecht 20 oktober 2020 is en dat de makelaar het juiste waarderingsbegrip (marktwaarde) heeft toegepast. De vermeende fouten en beïnvloeding konden niet worden bewezen. De zolderverdieping werd niet meegenomen omdat geen verplichting tot afbouw was aangetoond.
De vrouw kon haar stellingen onvoldoende onderbouwen en het hof bevestigde de taxatiewaarde van €170.000,-. Het hoger beroep werd verworpen en iedere partij draagt eigen proceskosten.