De vader en moeder, voormalig gehuwd, hebben gezamenlijk gezag over hun twee minderjarige kinderen, die bij de moeder wonen. Na gewijzigde omstandigheden heeft de rechtbank bepaald dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt en de omgangsregeling met de vader is aangepast.
De vader is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en verzocht om het gezag bij beide ouders te laten en de omgangsregeling in de zomervakantie uit te breiden. Het hof heeft de gewijzigde omstandigheden bevestigd en geoordeeld dat de communicatieproblemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is.
Het hof benadrukte dat de vader tegenwerkend gedrag vertoont en de communicatie met de moeder staakt, wat het overleg en verbetering van samenwerking bemoeilijkt. Daarom is het in het belang van de kinderen dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt.
Ten aanzien van de omgangsregeling in de zomervakantie oordeelde het hof dat de vader de afgesproken drie weken niet nakwam en onvoldoende communiceerde over het niet doorgaan van de omgang. Het hof vond het belang van de kinderen gediend met duidelijkheid en stabiliteit en zag geen reden om de regeling uit te breiden.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek van de vader af.