ECLI:NL:GHARL:2023:7664

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 september 2023
Publicatiedatum
13 september 2023
Zaaknummer
200.320.103/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 4 RVV 1990Art. 5 WVW 1994Art. 6 RVV 1990Art. 8 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar bij handhaving geslotenverklaring stilstaand verkeer

De betrokkene kreeg een sanctie van €100 opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12) op 29 maart 2021. De betrokkene voerde aan dat de boa niet bevoegd was omdat de geslotenverklaring geen openbare orde maatregel zou betreffen en dat toegang tot de weg voor een bedrijf was gegarandeerd.

De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat de weg een voor het openbaar verkeer openstaande weg is en dat de toegang door de eigenaar aan het bedrijf niet betekent dat de betrokkene het voertuig mocht parkeren zonder vergunning.

Het hof legt uit dat de bevoegdheid van de boa Openbare Ruimte zich ook uitstrekt tot handhaving op stilstaand verkeer in strijd met een geslotenverklaring, zonder dat een relatie met leefbaarheid vereist is. Dit is in lijn met de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar en eerdere jurisprudentie.

De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd met aanvullende gronden over de reikwijdte van de bevoegdheid van de boa en de uitleg van de geslotenverklaring in relatie tot stilstaand verkeer.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €100 voor het parkeren in strijd met de geslotenverklaring en bevestigt de bevoegdheid van de boa tot handhaving op stilstaand verkeer.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.320.103/01
CJIB-nummer
: 240579065
Uitspraak d.d.
: 13 september 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 23 september 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is R.W.A.C. Smeets, kantoorhoudende te Stevensweert.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “Handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 maart 2021 om 12:44 uur op de Holtum-Noordweg in Susteren met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene herhaalt de gronden die bij de kantonrechter zijn aangevoerd. Hij stelt dat de kantonrechter eraan voorbij is gegaan dat de provincie Limburg, als eigenaar van de ontsluitingsweg, de vrije toegang over die weg garandeert voor [naam1] BV, het bedrijf van de gemachtigde, de zoon van de betrokkene. Omdat een bedrijf zich niet kan verplaatsen, dient dit dus gelezen te worden als dat “voor een ieder die toegang wordt verleend door de (directeur van) [naam1] BV”. De betrokkene is nog dagelijks betrokken dan wel werkzaam bij het bedrijf van zijn zoon. Verder blijft de betrokkene erbij dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) enkel bevoegd is tot handhaving van de openbare orde. Volgens hem blijkt uit de aankoopakte duidelijk dat dit niet ten grondslag heeft gelegen aan de geslotenverklaring. Enkel het feit dat de weg doodloopt op het perceel van [naam1] BV en dat de aan dat bedrijf gelieerde personen de toegang is gegarandeerd, sluit uit dat het hier om een ‘openbare orde’ maatregel gaat, zodat de boa reeds hierom niet bevoegd was om te handhaven. De betrokkene verwijst hierbij naar het arrest van het hof van 10 juli 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2017:5888. De betrokkene kan zich niet vinden in de overweging van de kantonrechter dat de boa wel bevoegd was om een stilstaand voertuig te beboeten, nu het niet gaat om foutief parkeren of iets soortgelijks maar om het handelen in strijd met een geslotenverklaring.
3. Aan de betrokkene is een sanctie opgelegd voor overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) in samenhang met bord C12 van Bijlage 1 van dat reglement. De bepalingen in het RVV 1990 berusten op de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). Uit het zaakoverzicht blijkt dat de sanctie is opgelegd door ambtenaar Roost, boa in het domein Openbare Ruimte.
4. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 5 april 2022 van de ambtenaar die de gedraging heeft waargenomen en die de sanctie heeft opgelegd. De inhoud hiervan is reeds in de beslissing van de kantonrechter opgenomen. Ook zijn foto’s toegevoegd van de situatie ter plaatse en een foto waarop het C12 bord met onderbord ‘uitgezonderd landbouwverkeer’ te zien is.
5. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat de overwegingen van de kantonrechter die beslissing kunnen dragen. Gelet op wat in hoger beroep in reactie op die beslissing is aangevoerd overweegt het hof aanvullend het volgende.
6. De kantonrechter heeft op juiste gronden geoordeeld dat de weg waar het betrokken voertuig stond een voor het openbaar verkeer openstaande weg betreft, zodat de regelgeving van de WVW 1994 ter plaatse van kracht is. Daarvoor is aldus niet bepalend dat dit een bedrijven- dan wel eigen terrein betreft en dat de provincie Limburg als eigenaar van die weg het bedrijf van de zoon van de betrokkene daartoe toegang heeft verleend. Ook de omstandigheid dat de betrokkene nog steeds werkzaamheden voor zijn zoon verricht, maakt niet dat de betrokkene het voertuig ter plaatse mocht parkeren. Ter zitting van de kantonrechter is immers vastgesteld dat hij niet beschikt over een ontheffing of vergunning om de geslotenverklaring te negeren. Uit de aanwezige foto van de bebording ter plaatse volgt dat enkel landbouwvoertuigen de betreffende weg mogen gebruiken.
7. Anders dan in het arrest van het hof van 10 juli 2017 waarnaar de betrokkene verwijst, was ten tijde van de gedraging de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar van kracht op grond waarvan de boa Openbare Ruimte bevoegd is tot handhaving ter zake van:
“Alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV).
Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV Pro juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting), RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones. (…).”
8. De kantonrechter wijst er terecht op dat uit het voornoemde volgt dat de beperking dat de ambtenaar alleen bevoegd is te handhaven in relatie tot de ‘openbare orde’ dan wel de leefbaarheid, slechts geldt ten aanzien van handhaving op C-borden bij
rijdendverkeer. Dit is in lijn met wat het hof eerder heeft bepaald in een niet gepubliceerd arrest van 9 november 2021. Het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd voorbij de geslotenverklaring en betreft dus
stilstaandverkeer. Het hof heeft in zijn arrest van 8 februari 2022 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2022:945) bepaald dat een geslotenverklaring ook het anderszins gebruiken van de betreffende weg verbiedt, zodat het parkeren voorbij het bord C12 daar ook onder valt. Hoewel in dit geval dus niet vereist is dat de leefbaarheid ten grondslag ligt aan de handhaving van de geslotenverklaring, is het hof van oordeel dat het op zodanige wijze negeren van de geslotenverklaring wel met die leefbaarheid in relatie kan worden gebracht.
9. Het voorgaande betekent dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen met aanvulling van gronden.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter met aanvulling van gronden.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.