ECLI:NL:GHARL:2023:7671

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 september 2023
Publicatiedatum
13 september 2023
Zaaknummer
200.324.948/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2.42 Regeling voertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid zijruiten voertuig

De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €250 omdat de lichtdoorlatendheid van de voorste zijruiten van zijn voertuig minder dan 55% bedroeg. De meting vond plaats op 18 oktober 2021 te Rotterdam. De betrokkene stelde in hoger beroep dat niet was aangetoond dat de meetapparatuur correct was gekalibreerd, verwijzend naar eerdere aanwijzingen en jurisprudentie.

Het hof oordeelde dat de gebruikte meetinstructie sinds 1 april 2015 is gewijzigd en dat de ambtenaar een gecertificeerd meetinstrument gebruikte, dat voorafgaand aan de meting correct werd gecontroleerd op 0% en 100% transmittantie. Er was geen reden om aan de betrouwbaarheid van de meting te twijfelen.

Verder stelde het hof dat de betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is voor het voldoen aan de wettelijke eisen, ongeacht zijn kennis van de regels. De discretionaire bevoegdheid van de ambtenaar om een sanctie op te leggen werd niet onredelijk geoordeeld. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €250 wegens onvoldoende lichtdoorlatendheid van de voorste zijruiten en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.324.948/01
CJIB-nummer
: 245015247
Uitspraak d.d.
: 13 september 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie is opgelegd van € 250,- voor:
“De lichtdoorlatendheid van voorruit/voorste zijruit(en) bedraagt minder dan 55%”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 oktober 2021 om 08:48 uur op de Schiedamseweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep opnieuw aan dat één van de voorwaarden is dat voor aanvang van de meting de 0% en 100% transmittantie waarden moeten zijn gesimuleerd, maar dat uit het zaakoverzicht niet blijkt of dit is gebeurd. Hij verwijst hierbij naar de Aanwijzing meting lichtdoorlatendheid, onder “Wijze van meten”, noot 4, en het arrest van het hof van 11 mei 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:3971). Gelet hierop is volgens hem onvoldoende komen vast te staan dat de gedraging is verricht en kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.
3. De advocaat-generaal wijst er terecht op dat de Aanwijzing meting lichtdoorlaatbaarheid waar de gemachtigde naar verwijst en die ook het uitgangspunt is in het door de gemachtigde genoemde arrest, op 1 april 2015 is vervallen. Vanaf die datum is de Instructie meting lichtdoorlatendheid (Registratienummer 2015I002) in werking getreden. Daarin is onder meer het volgende vermeld:
"Wijze van meten.
Het meetmiddel moet conform de handleiding worden bediend. Indien het vermoeden bestaat dat slechts één ruit niet aan de eisen voldoet moet deze ruit om een objectief resultaat te verkrijgen op drie verschillende plaatsen worden gemeten. Vervolgens wordt de gemiddelde waarde gecorrigeerd met de vaste correctie van 5% transmissie. Indien het vermoeden bestaat dat meer ruiten niet aan de eisen voldoen moeten per ruit drie metingen worden verricht en wordt van de drie metingen per ruit de gemiddelde waarde berekend. (…)
Onder Wijze van meten is als noot 3 vermeld: "Een lichtdoorlatendheidsmeter bestaat uit een lichtbron en een detector. De lichtbron wordt aan de buitenzijde van de te meten ruit geplaatst en de detector wordt aan de binnenzijde geplaatst. Voor aanvang van de meting moeten de 0% en 100% transmittantie (lichtdoorlatendheid) waarden worden gesimuleerd om de goede werking van het apparaat te controleren.”
4. Uit het zaakoverzicht dat zich in het dossier bevindt, volgt dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd op voormelde datum de lichtdoorlaatbaarheid van de zijruiten van voormeld voertuig heeft gecontroleerd met een meetmiddel van het merk Tintman, dat hij per zijruit drie metingen heeft verricht en dat de gemiddelde gemeten waarde, na correctie met de maximale fout van 5% transmissie, 44% transmittantie bedroeg en daarmee lager was dan de in artikel 5.2.42 van de Regeling voertuigen opgenomen eis van 55%.
5. Door de advocaat-generaal is in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal van 12 juni 2023 overgelegd, waarin de ambtenaar nog als volgt verklaart:
“Ik (…) voer altijd bij het gebruik van de Tintman een controle uit waarbij de lichtdoorlatendheid van de Tintman wordt getest met 2 ringen waarbij 1 ring dicht is en 1 ring open is. Ik (…) zag dat bij de gesloten ring de Tintman 0% transmittantie aangaf en bij de open ring 100% transmittantie.”
6. Tevens heeft de advocaat-generaal een Nmi-verklaring ingebracht, waaruit blijkt dat het gebruikte meetmiddel ten tijde van de gedraging gekalibreerd en gecertificeerd was.
7. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de meting met een gekalibreerd en Nmi gecertificeerd en volgens de geldende Instructie voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel is uitgevoerd. Voorts heeft de ambtenaar verklaard dat voor aanvang van de meting de 0% en 100% transmittantie waarden zijn gesimuleerd. Het hof ziet dan ook geen reden om aan de betrouwbaarheid van die meting te twijfelen, zodat genoegzaam is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
8. Voor zover de betrokkene meent dat een sanctie achterwege had moeten blijven, omdat hij de auto zo heeft gekocht, gaat deze redenering niet op. De betrokkene is er als kentekenhouder verantwoordelijk voor dat zijn voertuig aan de geldende vereisten voldoet. Dat de betrokkene niet op de hoogte was van de regels omtrent de lichtdoorlatendheid van de ruiten van de auto, is een omstandigheid waarvan de gevolgen voor zijn rekening komen. Evenmin bevat het dossier aanwijzingen dat de ambtenaar in dit geval zou volstaan met een waarschuwing in deze zaak. Daarnaast is het de discretionaire bevoegdheid van de ambtenaar om in concrete gevallen naar aanleiding van een gebleken gedraging een sanctie op te leggen of daarvan af te zien. Niet kan worden geoordeeld dat de ambtenaar hier in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot de beslissing om een sanctie op te leggen.
9. De gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.