ECLI:NL:GHARL:2023:7839
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake voorlopige voorzieningen en zorgregeling minderjarige na terugverhuizing
In deze zaak staat het geschil tussen ouders over de zorg- en verblijfregeling van hun minderjarige kind centraal, waarbij de rechtbank eerder een zorg- en vakantieregeling had vastgesteld en de moeder verplichtte terug te verhuizen met het kind naar een andere woonplaats. De moeder verzocht om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze terugverhuizing en wijziging van de zorgregeling, terwijl de vader voorlopige voorzieningen vroeg om het hoofdverblijf bij hem te bepalen en de zorgregeling vast te leggen.
Het hof verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoeken omdat er geen procedure over het hoofdverblijf aanhangig was en wees het verzoek van de moeder tot schorsing van de uitvoerbaarheid af, omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een afwijking van de eerdere beslissing rechtvaardigen. De moeder werd veroordeeld tot betaling van een verhoogde dwangsom van €1.000 per dag bij niet-nakoming van de terugverhuizing en zorgregeling, met een maximum van €50.000, omdat de eerdere dwangsommen onvoldoende prikkel bleken.
Daarnaast werd de moeder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de vader. Het hof benadrukte dat de moeder zich dient te houden aan de rechterlijk vastgestelde regeling, ondanks haar persoonlijke bezwaren over het belang van het kind bij de uitvoering daarvan.
Uitkomst: Het hof wees het verzoek tot schorsing af, verklaarde vader niet-ontvankelijk en verhoogde de dwangsom voor moeder bij niet-nakoming van de zorg- en terugverhuizingsverplichtingen.