Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond het verzoek van de stiefvader tot adoptie van drie minderjarige kinderen centraal, naast het geschil over gezamenlijk gezag en geslachtsnaamswijziging. De rechtbank Overijssel wees het adoptieverzoek af, stelde het gezamenlijk gezag van moeder en stiefvader vast en wijzigde de geslachtsnaam van de kinderen in die van de stiefvader.
De stiefvader ging in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn adoptieverzoek, terwijl de vader incidenteel hoger beroep instelde tegen het gezamenlijk gezag en de naamswijziging. Het hof voerde uitgebreide motivering en overwoog dat adoptie alleen kan worden toegewezen indien het kind niets meer van de oorspronkelijke ouder te verwachten heeft. Hoewel de kinderen de stiefvader als vader beschouwen en de vader sinds 2019 geen contact meer heeft, is niet vastgesteld dat de kinderen niets meer van hun vader kunnen verwachten.
Het hof oordeelde dat het adoptieverzoek te verstrekkend is en dat het belang van de kinderen ook op andere wijze kan worden gewaarborgd. Het gezamenlijk gezag van moeder en stiefvader werd wel passend bevonden, omdat het aansluit bij de feitelijke situatie en het belang van de kinderen dient. De geslachtsnaamswijziging werd eveneens bekrachtigd, omdat de kinderen dit authentiek wensen en het hun identiteit en gezinsverband versterkt.
Het hof bekrachtigde daarmee de beschikking van de rechtbank Overijssel van 26 januari 2023 en wees de grieven van beide partijen af.
Uitkomst: Het hof wijst het adoptieverzoek af en bekrachtigt het gezamenlijk gezag en de geslachtsnaamswijziging.