ECLI:NL:GHARL:2023:808

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 januari 2023
Publicatiedatum
30 januari 2023
Zaaknummer
200.309.030/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor door rood rijden ondanks beroep op overmacht

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 14 juli 2020 in Nijmegen. Hij stelde in hoger beroep dat hij niet opzettelijk door rood reed, maar dat een gewijzigde verkeerssituatie en zijn lengte hem belemmerden het rode licht tijdig te zien. Tevens wees hij op de menselijke factor en de aanwezigheid van een ander voertuig dat ook door rood reed.

Het hof oordeelt dat het niet bewust of opzettelijk handelen geen reden is om de sanctie te laten vervallen of te matigen, omdat de wet de sanctie niet afhankelijk stelt van opzet. Het beroep op overmacht faalt omdat van een bestuurder verwacht mag worden dat hij tijdig en correct anticipeert op verkeerssituaties, ook bij gewijzigde omstandigheden.

De betrokkene had volgens het hof extra oplettend moeten zijn en zijn lengte doet niet af aan deze verplichting. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €240 voor het door rood rijden en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.309.030/01
CJIB-nummer
: 235085677
Uitspraak d.d.
: 30 januari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 11 januari 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juli 2020 om 14:59 uur op de Oranjesingel (kruising Van Schevichavenstraat) in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert in hoger beroep opnieuw aan dat hij niet opzettelijk door rood is gereden, maar dat sprake was van een gewijzigde en voor hem ongunstige verkeerssituatie. Om vanaf de ventweg weer op de hoofdbaan te komen moest hij eerst ver over zijn schouder naar achteren kijken, waarna hij bijna recht onder het verkeerslicht terecht kwam en daar dus geen zicht meer op had. Op de foto is te zien dat er op de tegemoetkomende weghelft ook iemand door rood reed, wat bij de betrokkene de indruk wekte dat hij mocht doorrijden. Hij was zich er op dat moment niet eens meer van bewust dat hij een kruising overstak, omdat hij zich met verschillende dingen tegelijkertijd moest bezig houden. Hij hoopt dat er in deze zaak ook naar de menselijke factor wordt gekeken, waarbij rekening wordt gehouden met zijn lengte waardoor hij hoger in de auto zit. Hierdoor zijn sommige verkeersborden en -tekens in combinatie met gewijzigde verkeerssituaties voor hem minder of zelfs niet zichtbaar met als gevolg dat dit soort verkeersfouten worden gemaakt.
3. In geschil is niet dat de betrokkene niet gestopt is voor het rood uitstralende verkeerslicht. Het hof te dient echter te beoordelen of er andere redenen zijn om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Het hof stelt voorop dat de omstandigheid dat de betrokkene de gedraging niet bewust of met opzet heeft begaan, geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de sanctie achterwege moet blijven of gematigd moet worden. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de regelgever namelijk niet afhankelijk gesteld van de intentie van de betrokkene.
5. De betrokkene doet een beroep op een zekere mate van overmacht. Een geslaagd beroep op overmacht kan leiden tot het oordeel dat de gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege zou moeten blijven. Aan een dergelijk beroep dient ten minste de eis te worden gesteld dat feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan.
6. Aan voornoemd vereiste is niet voldaan. Van een bestuurder mag worden verwacht dat hij tijdig en op de juiste wijze anticipeert op een naderende verkeerssituatie. Dat de betrokkene alvorens de hoofdweg op te rijden onvoldoende op het verkeerslicht heeft geanticipeerd omdat hij - naar eigen zeggen - in een kort tijdsbestek meerdere kanten op moest kijken en daardoor niet heeft kunnen waarnemen dat het licht rood uitstraalde, dient voor zijn rekening te komen. In het geval van gewijzigde omstandigheden dient een bestuurder namelijk extra oplettend te zijn. Dat de betrokkene langer is dan gemiddeld doet aan het vorenstaande niet af. Naar het oordeel van het hof was aldus geen sprake van een dermate onoverzichtelijke verkeerssituatie waardoor de betrokkene niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. Het beroep op overmacht faalt.
7. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof die beslissing zal bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.