De betrokkene werd bij beschikking een sanctie van €150 opgelegd voor het rijden op het fietspad in plaats van de rijbaan op 28 mei 2021 te 's-Gravenhage. De betrokkene erkende de overtreding, maar voerde aan dat de behandeling door de ambtenaar hem zwaar viel en dat hij vanwege de staandehouding later dan afgesproken zijn dochter kon ophalen bij het ziekenhuis.
De betrokkene stelde dat de klacht tegen de ambtenaar onderdeel uitmaakte van de procedure, en dat een waarschuwing op zijn plaats was geweest. Het hof stelde vast dat de gedraging had plaatsgevonden en dat de ambtenaar discretionaire bevoegdheid had om een sanctie op te leggen.
Hoewel het hof geen reden zag om de sanctie geheel te laten vervallen, vond het de omstandigheden zodanig dat matiging van het sanctiebedrag op zijn plaats was. Het bedrag werd daarom gehalveerd tot €75 en het teveel betaalde bedrag werd gerestitueerd.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond voor zover de sanctie werd verminderd.