ECLI:NL:GHARL:2023:8099

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 september 2023
Publicatiedatum
27 september 2023
Zaaknummer
Wahv 200.320.507/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging administratieve sanctie voor rijden op fietspad nabij ziekenhuis

De betrokkene werd bij beschikking een sanctie van €150 opgelegd voor het rijden op het fietspad in plaats van de rijbaan op 28 mei 2021 te 's-Gravenhage. De betrokkene erkende de overtreding, maar voerde aan dat de behandeling door de ambtenaar hem zwaar viel en dat hij vanwege de staandehouding later dan afgesproken zijn dochter kon ophalen bij het ziekenhuis.

De betrokkene stelde dat de klacht tegen de ambtenaar onderdeel uitmaakte van de procedure, en dat een waarschuwing op zijn plaats was geweest. Het hof stelde vast dat de gedraging had plaatsgevonden en dat de ambtenaar discretionaire bevoegdheid had om een sanctie op te leggen.

Hoewel het hof geen reden zag om de sanctie geheel te laten vervallen, vond het de omstandigheden zodanig dat matiging van het sanctiebedrag op zijn plaats was. Het bedrag werd daarom gehalveerd tot €75 en het teveel betaalde bedrag werd gerestitueerd.

Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond voor zover de sanctie werd verminderd.

Uitkomst: De sanctie wegens rijden op het fietspad is gematigd van €150 naar €75.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.320.507/01
CJIB-nummer
: 241581518
Uitspraak d.d.
: 27 september 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 7 september 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 september 2023. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 mei 2021 om 12:22 uur op de Escamplaan in
‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene erkent over het fietspad te hebben gereden, maar de manier waarop hij is behandeld door de ambtenaar zit hem nog steeds erg hoog. Volgens hem maakt de klacht tegen de ambtenaar wel degelijk deel uit van de onderhavige procedure. De desbetreffende dag had hij met zijn dochter afgesproken haar na haar operatie bij de Kiss & Ride plekken van het ziekenhuis op te halen. De staandehouding heeft voor de betrokkene tot gevolg gehad dat hij 20 minuten later dan afgesproken bij zijn dochter was en haar vervolgens ook nog eens heeft moeten ondersteunen naar de parkeergarage van het ziekenhuis in plaats van de afgesproken Kiss & Ride plekken. De ambtenaar had hem een waarschuwing kunnen geven of kunnen uitleggen op welke manier hij dan bij de
Kiss & Ride plekken kon komen.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging heeft erkend, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
4. Gelet op hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd dient vervolgens te worden beoordeeld of de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel aanleiding geven om deze te matigen.
5. De ambtenaar heeft een discretionaire bevoegdheid om in concrete gevallen naar aanleiding van een gebleken gedraging een sanctie op te leggen of daarvan af te zien. Hetgeen is aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat de verbalisant in dit geval niet van zijn bevoegdheid om een administratieve sanctie op te leggen gebruik heeft kunnen en mogen maken. De ambtenaar had dus niet met een waarschuwing hoeven volstaan. Het hof ziet dan ook geen reden om een sanctie geheel achterwege te laten.
6.
In de door de betrokkene geschetste omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden ziet het hof echter wel aanleiding om het sanctiebedrag te matigen tot de helft.
7. Beslist wordt daarom als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt deze, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 75,-;
bepaalt dat het teveel aan zekerheid gestelde bedrag aan de betrokkene wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd dit arrest te ondertekenen.