ECLI:NL:GHARL:2023:8104

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 september 2023
Publicatiedatum
27 september 2023
Zaaknummer
Wahv 200.323.969/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens bestemmingsverkeer bij geslotenverklaring

De betrokkene kreeg een sanctie van €100 opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring op de Oisterwijksebaan in Tilburg. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde in hoger beroep dat hij tot het bestemmingsverkeer behoorde, omdat hij een bezoek wilde brengen aan kennissen in de Zandstraat, waarvoor de Oisterwijksebaan de enige toegangsweg is.

De ambtenaar had vastgesteld dat het voertuig zonder te stoppen over de geslotenverklaring reed en vermoedde sluipverkeer. Betrokkene heeft toegelicht dat hij niet stopte omdat de bewoners niet thuis waren. Het hof oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij tot het bestemmingsverkeer behoorde, mede gelet op het onderbord dat bestemmingsverkeer uitzonderde.

Daarom werd de sanctiebeschikking vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €728,20 toegekend voor reis- en verletkosten. De beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie werden vernietigd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd omdat betrokkene aannemelijk heeft gemaakt tot het bestemmingsverkeer te behoren.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.323.969/01
CJIB-nummer
: 241972800
Uitspraak d.d.
: 27 september 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Zeeland-West-Brabant van 23 september 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 september 2023. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen”. Deze gedraging zou zijn verricht op maandag 31 mei 2021 om 08:57 uur op de Oisterwijksebaan in Tilburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat de geslotenverklaring niet op hem van toepassing was, nu hij onder het bestemmingsverkeer viel. De betrokkene had de Oiserwijksebaan nodig om in de Zandstraat te komen, dit is namelijk de enige route daar naartoe vanuit zijn huis. Ter zitting heeft de betrokkene toegelicht dat in de Zandstraat kennissen van hem wonen bij wie hij een kopje koffie wilde gaan drinken. Toen de betrokkene zag dat de auto van de bewoners niet bij het huis stond, wist hij dat ze niet thuis waren en is hij direct weer weggereden. Daarom is de betrokkene niet gestopt op de route. Omdat de betrokkene niet is staande gehouden, heeft hij dit niet aan de ambtenaar kunnen uitleggen. De vermoedens van de ambtenaar dat de betrokkene ter plaatse was als zijnde sluipverkeer, nu de route daar veelvuldig voor gebruikt wordt, mogen nooit leidend zijn. De betrokkene was die dag niet aan het werk en had de betreffende route dus niet nodig om sneller in Tilburg te komen.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Bord C12 was ter plaatse voorzien van een onderbord met de tekst ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer’. De reden dat niet is staande gehouden, is omdat het voertuig bij ons vandaan reed. De bebording is door mij gecontroleerd.”
5. In een aanvullend proces-verbaal van 10 november 2021 verklaart de ambtenaar - voor zover hier relevant - het volgende:
“Op de Oisterwijksebaan reed een voertuig voorzien van kenteken [kenteken] . (…) De verbalisant heeft geconstateerd dat het voertuig zonder te stoppen over deze weg is gereden van het begin tot het eind van de geslotenverklaring en niemand onderweg is in- of uitgestapt. Deze weg wordt gebruikt als sluiproute. (…) De reden dat geen staandehouding is uitgevoerd is dat de dienstvoertuigen van Handhaving van de gemeente Tilburg niet zijn uitgerust met een lichtbalk oftewel stopbord.”
6. Nu sprake is van een uitzondering, ligt het op de weg van de betrokkene om aannemelijk te maken dat hij tot het bestemmingsverkeer behoorde. De betrokkene heeft ter zitting uitgebreid toegelicht waarom hij op de Oisterwijksebaan reed en hij niet is gestopt, maar wel degelijk tot het bestemmingsverkeer behoorde. Naar het oordeel van het hof is de betrokkene hierin geslaagd en heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat hij aldaar een bestemming had. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. De overige bezwaren van de betrokkene behoeven om die reden niet meer besproken te worden.
7. Nu de betrokkene in het gelijk wordt gesteld, bestaat aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen. Gelet op het hier toepasselijke Besluit proceskosten bestuursrecht komen voor vergoeding in aanmerking de reis- en verletkosten van de betrokkene voor het bijwonen van de zittingen bij de kantonrechter in Tilburg en het hof. De reiskosten bedragen
€ 73,20 ( [woonplaats] - Tilburg (2 x € 2,15) en [woonplaats] - Leeuwarden (2 x € 34,45), openbaar vervoer, tweede klasse). De verletkosten bedragen € 655,- (3 uren x € 45,- voor wat betreft de zitting bij de kantonrechter en 8 uren x € 65,- voor wat betreft de zitting bij dit hof, naar opgave van de betrokkene). Voor de reis- en verletkosten van de betrokkene wordt om die reden een bedrag van
in totaal € 728,20 vastgesteld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 728,20.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.