ECLI:NL:GHARL:2023:8191

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 september 2023
Publicatiedatum
28 september 2023
Zaaknummer
200.325.926
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BWArt. 1:435 BWArt. 1:450 BWArt. 1:452 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep bewind en mentorschap wegens lichtverstandelijke beperking

In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter die een bewind en mentorschap had ingesteld over de goederen en belangen van verzoeker, geboren in 2004, die een lichtverstandelijke beperking heeft. De William Schrikker Stichting had het verzoek gedaan tot onderbewindstelling en mentorschap met benoeming van een besloten vennootschap als bewindvoerder en mentor.

Het hof overweegt dat verzoeker duurzaam niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen zelfstandig behoorlijk waar te nemen vanwege zijn beperking en emotionele problematiek. Daarom is onderbewindstelling gerechtvaardigd. Wel volgt het hof de voorkeur van verzoeker en benoemt het een andere natuurlijke persoon als bewindvoerder. Ten aanzien van het mentorschap oordeelt het hof dat dit niet noodzakelijk is omdat verzoeker gezond is en geen beslissingen op niet-vermogensrechtelijk gebied hoeven te worden genomen.

Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling, vernietigt de benoeming van de vennootschap als bewindvoerder en wijst het verzoek tot mentorschap af. De nieuwe bewindvoerder is een natuurlijke persoon die nauw betrokken is bij verzoeker en bereid is deze taak te vervullen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling met een andere bewindvoerder en wijst het mentorschap af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummers gerechtshof 200.325.926 en 200.325.927
(zaaknummers rechtbank Overijssel 1025317 en 10252318)
beschikking van 28 september 2023
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. H.C. van der Weide te [woonplaats1] .
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
de besloten vennootschap [naam1 ] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder te nemen: de bewindvoerder dan wel de mentor,
en
[de moeder],
wonende te [woonplaats2] ,
verder te noemen: de moeder van [verzoeker] ,
en
[de zus],
wonende te [woonplaats2] ,
verder te noemen: de zus van [verzoeker] ,
en
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
verder te noemen: William Schrikker Stichting.

1.Het geding in eerste aanleg

In de zaak 200.325.926 (bewind)
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, team toezicht - bewindsbureau, zittingsplaats Almelo) van 31 januari 2023, uitgesproken onder zaaknummer 10252317. Deze beschikking zal hierna de bestreden beschikking onderbewindstelling worden genoemd.
In de zaak 200.325.927 (mentorschap)
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, team toezicht - bewindsbureau, zittingsplaats Almelo) van 31 januari 2023, uitgesproken onder zaaknummer 10252318. Deze beschikking zal hierna de bestreden beschikking mentorschap worden genoemd.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedures blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 19 april 2023.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 31 augustus 2023 plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
- [verzoeker] , bijgestaan door mr. M.C.E. Klunder als waarneemster van mr. Van der Weide;
- de moeder van [verzoeker] ;
- [naam2] (hierna: [naam2] ) als informant.

3.De feiten

3.1
[verzoeker] is geboren [in] 2004. De William Schrikker Stichting was de voogdes van [verzoeker] . [verzoeker] is opgegroeid in het (pleeg)gezin van [naam2] .

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 22 december 2022, heeft de William Schrikker Stichting verzocht een bewind in te stellen over alle goederen die aan [verzoeker] (zullen) toebehoren met benoeming van [naam1 ] B.V. als bewindvoerder. De William Schrikker Stichting heeft de kantonrechter ook verzocht een mentorschap in te stellen over [verzoeker] met benoeming van [naam1 ] B.V. als mentor.
4.2
Bij de bestreden beschikking onderbewindstelling heeft de kantonrechter een bewind ingesteld over alle goederen, die (zullen) toebehoren aan [verzoeker] vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand en de bewindvoerder tot bewindvoerder benoemd.
4.3
Bij de bestreden beschikking mentorschap heeft de kantonrechter een mentorschap ingesteld ten behoeve van [verzoeker] en de mentor tot mentor benoemd.
4.4
[verzoeker] is in hoger beroep gekomen van de beide bestreden beschikkingen.
[verzoeker] verzoekt het hof de bestreden beschikking onderbewindstelling en de bestreden beschikking mentorschap te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het inleidende verzoek tot instelling van een bewind over de goederen die aan hem (zullen) toebehoren en tot instelling van een mentorschap over hem alsnog af te wijzen, althans een voorziening te treffen die het hof juist acht.
Subsidiair verzoekt [verzoeker] om [naam2] te benoemen als bewindvoerder en mentor.

5.De motivering van de beslissing

In de zaak 200.325.926 (bewind)
5.1
In artikel 1:431 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de kantonrechter, indien een meerderjarige als gevolg van
a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel
b. verkwisting of het hebben van problematische schulden,
tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, een bewind kan instellen over één of meer van de goederen die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren.
Op grond van 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten.
5.2
Het hof is van oordeel dat de kantonrechter terecht een bewind heeft ingesteld over de goederen die [verzoeker] als rechthebbende (zullen) toebehoren. Het hof overweegt dat bij [verzoeker] is vastgesteld dat sprake is van lichtverstandelijke beperking en dat hij de nabijheid nodig heeft van een volwassene die helpt met inzicht en overzicht. Daarbij heeft [verzoeker] moeite om emoties van zichzelf of anderen te begrijpen en kan hij vanuit onbegrip snel boos worden of zich afgewezen voelen. Ook zijn er zorgen over het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid.
Op de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] toegelicht dat hij een opleiding op niveau 2 volgt, een baan heeft in de bouw en in de toekomst misschien iets heel anders wil gaan doen.
[verzoeker] woont nog steeds bij [naam2] en overlegt met hem over financiële beslissingen. De vaste lasten van [verzoeker] zijn de ziektekostenverzekering, een abonnement voor de sportschool, kleding en kostgeld. Daarnaast koopt hij regelmatig gereedschappen.
Gelet op de achtergrond van [verzoeker] oordeelt het hof dat hij niet goed genoeg in staat is om zelfstandig beslissingen te nemen over zijn geldzaken. Hij is duurzaam niet in staat ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, waardoor is voldaan aan de door de wet gestelde eisen voor onderbewindstelling. Het hof zal de voorkeur van [verzoeker] volgen en alsnog [naam2] benoemen tot bewindvoerder. Op de mondelinge behandeling heeft [naam2] verklaard hiertoe in staat te zijn en ook bereid.
In de zaak 200.325.927 (mentorschap)
5.3
In artikel 1:450 lid 1 BW Pro staat dat de kantonrechter indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, een mentorschap kan instellen.
Op grond van 1:452 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten.
5.4
Het hof is anders dan de kantonrechter van oordeel dat een mentorschap op dit moment niet noodzakelijk is. [verzoeker] is gezond en er hoeven geen beslissingen te worden genomen op het gebied van zijn gezondheid of andere niet-vermogensrechtelijke gebieden. [verzoeker] woont nu bij [naam2] en kan daar ook de komende jaren blijven wonen, wat hij graag wil. Het ziet er voorlopig dus niet naar uit dat er beslissingen genomen moeten worden over zijn woonsituatie.

6.De slotsom

6.1
Het hof zal de bestreden beschikking bewind bekrachtigen voor zover het betreft de instelling van het bewind en vernietigen voor zover het betreft de benoeming van de persoon van de bewindvoerder.
6.2
Het hof zal de bestreden beschikking mentorschap vernietigen en beslissen als volgt.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
in de zaak 200.325.926 (bewind)
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, team toezicht - bewindsbureau, zittingsplaats Almelo) van 31 januari 2023, uitgesproken onder zaaknummer 10252317 voor zover het betreft de instelling van het bewind;
vernietigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, team toezicht - bewindsbureau, zittingsplaats Almelo) van 31 januari 2023, uitgesproken onder zaaknummer 10252317 voor zover het betreft de benoeming van [naam1 ] B.V. als bewindvoerder en, opnieuw beschikkende,
benoemt tot bewindvoerder [naam2] , wonende aan de [adres] in [woonplaats1] ,
in de zaak 200.325.927 (mentorschap)
vernietigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, team toezicht - bewindsbureau, zittingsplaats Almelo) van 31 januari 2023, uitgesproken onder zaaknummer 10252318 en, opnieuw beschikkende,
wijst het verzoek van de William Schrikker Stichting alsnog af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, P.B. Kamminga en C.M. Schönhagen, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier, en is op 28 september 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.