ECLI:NL:GHARL:2023:8279

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 september 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
P23/207
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatieWet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen verlenging terbeschikkingstelling met beperking tot één jaar

De terbeschikkinggestelde is veroordeeld voor ernstige bedreigingen en kampt met een chronische psychiatrische stoornis (schizofrenie), licht verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek. De rechtbank had de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengd, maar het hof komt tot een ander oordeel.

Het hof erkent het hoge recidiverisico en de ernst van de stoornis, waardoor verlenging noodzakelijk is, maar acht een termijn van één jaar passend gezien het lopende onderzoek naar mogelijke overplaatsing naar een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) die zorgmachtiging kan toepassen.

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw verzochten om aanhouding en onderzoek naar zorgmachtiging, wat het hof prematuur acht. Het hof wijst dit verzoek af, vernietigt de eerdere beslissing en beperkt de verlenging tot één jaar, met het oog op toekomstige zorgmachtigingmogelijkheden.

De beslissing is genomen door een kamer van het hof op 28 september 2023 en is openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt verlengd met één jaar in plaats van twee jaar, met afwijzing van het verzoek tot onderzoek naar zorgmachtiging.

Uitspraak

TBS P23/207
Beslissing van 28 september 2023
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[de terbeschikkinggestelde](hierna: de terbeschikkinggestelde),
geboren [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Afdeling (hierna: de FPA) [plaats] , locatie [locatie] , verbonden aan het Forensisch Psychiatrisch Centrum [naam FPC] (hierna: de kliniek).
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 12 juni 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar en het afwijzen van het verzoek om het laten onderzoeken van de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 19 juni 2023 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de aanvullende informatie van de kliniek van 6 september 2023, met als bijlagen twee evaluatieverslagen.
Het hof heeft ter zitting van 14 september 2023 gehoord de advocaat-generaal,
mr. H.J. Lambers, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw,
mr. L.A. Middelkoop, advocaat te Rotterdam .

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat hij onschuldig is en dus ten onrechte is veroordeeld, zodat de terbeschikkingstelling niet kan worden verlengd en de vordering daartoe moet worden afgewezen.
De raadsvrouw heeft verzocht om aanhouding van de zaak, zodat de mogelijkheden voor een rechterlijke machtiging kunnen worden onderzocht. Er is zicht op een toekomstig verblijf binnen Fivoor in [plaats] . De vraag is of begeleiding bij Fivoor ook kan plaatsvinden via een zorgmachtiging. Een dergelijke overgang zou, ook omdat het indexdelict van relatief licht gewicht is, meer recht doen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Ten slotte heeft de raadsvrouw verzocht de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot één jaar.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de voorwaarden voor verlenging van de terbeschikkingstelling is voldaan. Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van complexe problematiek en het recidive-risico wordt bij beëindiging van het toezicht of de maatregel als hoog ingeschat. Daarnaast is ook aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit voldaan. De beslissing van de rechtbank is juist en kan worden bevestigd.
Het oordeel van het hof
Vernietiging van de beslissing van de rechtbank
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, omdat het hof tot een ander oordeel komt over de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling.
Indexdelict
De terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 oktober 2016. Dit arrest is onherroepelijk geworden, zodat van de rechtmatigheid daarvan wordt uitgegaan. Het hof volgt de terbeschikkinggestelde dan ook niet in zijn standpunt. Bij voornoemd arrest is de terbeschikkinggestelde veroordeeld voor (onder andere) meerdere bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht. Daarbij heeft dat gerechtshof overwogen dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat is gericht of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daardoor niet in duur beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een chronische psychiatrische stoornis in de vorm van schizofrenie. Hij functioneert op licht verstandelijk beperkt niveau en er is verslavingsproblematiek. De kliniek schat het risico op recidive door de terbeschikkinggestelde in op hoog in het geval de maatregel zal worden beëindigd.
Proportionaliteit en subsidiariteit
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 26 mei 2017 en loopt inmiddels meer dan zes jaar. Het hof is van oordeel dat bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en die van de maatschappij, het belang van de terbeschikkinggestelde, naarmate de maatregel langer duurt, steeds zwaarder dient te wegen. Anders dan de raadsvrouw is het hof echter van oordeel dat van disproportionaliteit in het onderhavige geval geen sprake is. Naast het tijdsverloop in relatie tot de ernst van de indexdelicten, moet namelijk ook de aard van de stoornis en de ernst van het recidivegevaar in aanmerking worden genomen.
Het hof acht verlenging van de maatregel ook niet in strijd met het beginsel van subsidiariteit. Uit de stukken blijkt dat er op dit moment nog geen geschikte alternatieven zijn om de terbeschikkinggestelde te kunnen laten functioneren in de maatschappij zonder de structuur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
Onderzoek naar een zorgmachtiging
Het hof is van oordeel dat op dit moment onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor een onderzoek naar de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging. Voor een mogelijke uitstroom via een zorgmachtiging is het wenselijk dat de terbeschikkinggestelde reeds bekend en/of in zorg is bij de zorginstelling, die deze zorg zou moeten gaan verlenen. Gelet op de omstandigheid dat thans overeenkomstig de wens van de terbeschikkinggestelde onderzocht wordt of uitstroom naar de FPA [plaats] passend is, is een onderzoek naar de mogelijkheid van afgifte van een zorgmachtiging thans prematuur. Het verzoek van de raadsvrouw wordt dan ook afgewezen.
Verlenging van de terbeschikkingstelling
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Aangezien op dit moment de mogelijkheid van een overplaatsing naar FPA Fivoor in [plaats] wordt onderzocht en dit een zorginstelling zou kunnen zijn die de terbeschikkinggestelde ook via een zorgmachtiging verder kan behandelen en begeleiden, acht het hof het gewenst dat ten behoeve van de eventuele komende verlengingsprocedure een onderzoek zal worden verricht naar de (on)mogelijkheden van het eventueel vormgeven van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierin ziet het hof aanleiding de verlenging te beperken in duur tot één jaar.

BESLISSING

Het hof:
Wijst af het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een zorgmachtiging.
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 12 juni 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [de terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van
een jaar.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. D. Visser, raadsheren,
en drs. D.M.L. Versteijnen en drs. C.J.J.C.M. van Gestel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,
en op 28 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.